Betaald ondernemen
TAGS: Bright Young Entrepreneurs, creativiteit, Flanders DC Fellows, ondernemerschap, online tools
RUBRIEK: Uitgelicht
Het lijkt de jongste weken alsof de helft van mijn kennissenkring aan het ondernemen is geslagen. En de andere helft pretendeert ten minste vage plannen te hebben om ooit ook de stap te doen. Een nieuw IT-bedrijfje hier, een innovatief retailconcept daar, een transportzaak links en een nieuw chipdesignbedrijf rechts. Dat is niet eens zo’n gekke evolutie. Want als je even rondkijkt, moet je eigenlijk al behoorlijk betoeterd zijn om géén onderneming te beginnen in ons land. Het lijkt wel alsof iedereen klaarstaat om je geld toe te stoppen, je met advies te overladen en je goedbedoelde hulp te bezorgen. Ook op de markt van ondernemerschapsbevordering heeft het ondernemerschap toegeslagen en schieten nieuwe initiatieven als paddenstoelen uit de grond. Flanders DC zelf sensibiliseert, inspireert en activeert natuurlijk de ondernemersmicrobe, onder meer door ondernemers voor de klas te zetten, tools te ontwikkelen en ondernemers in spe op weg te helpen naar de juiste partners. Maar zodra je klaar bent om te gaan ondernemen, heb je overschot van keuze. Zo laat het Centrum voor Ondernemen in Gent studenten gratis opdrachten uitvoeren voor kandidaat-ondernemers. Wil je een marktstudie uitvoeren of een businessplan schrijven, dan kun je bij hen terecht. Bovendien kun je er als starter kantoorruimte huren voor een prikje.
Of neem Voka, dat onder meer het succesvolle BRYO-netwerk, afkorting van Bright Young Entrepreneurs, organiseert. Ondernemende Vlamingen zoeken er steun bij elkaar om de vooroordelen in hun omgeving te overwinnen en gebruik te maken van de ‘wisdom of crowds‘. Meer dan 25 bedrijven zagen daar in twee jaar tijd het levenslicht. Jo Lernout komt er trouwens elk jaar vertellen hoe het niet moet. Dan is er SoKwadraat dat spin-offs begeleidt en in zijn korte bestaan kan bogen op meer dan dertig nieuwe ondernemingen. Daarnaast zijn er de Vlerick, UAMS en Solvay, die elk hun eigen programma’s hebben om startende bedrijven te begeleiden. En het Agentschap Ondernemen, Unizo, de innovatiecentra, de Vlaamse Jonge Ondernemingen en de ondernemingsplanwedstrijden – om er maar een paar te noemen – staan ook allemaal te trappelen om te kunnen helpen. Bovendien financiert het IWT haalbaarheidsonderzoeken voor de helft van de kosten en dat tot 50.000 euro. Het Participatiefonds doet ook een duit in het zakje en zorgt voor aantrekkelijke leningen. Jonge werklozen die een bedrijf willen starten, kunnen een aantal maanden rekenen op een onkostenvergoeding van 375 euro en behouden negen jaar het recht op een werkloosheidsuitkering. Je wordt dus betaald, bovenop je uitkering, om te gaan ondernemen. En de VDAB? Die organiseert een cursus ondernemerschap. PMV moedigt ondernemers aan met win-winleningen, waarborgen en risicokapitaal. De Business Angels doen hetzelfde. En zo kunnen we nog even doorgaan.
Het voluntarisme dat uit al deze initiatieven blijkt, is aanstekelijk. Alhoewel we een van de landen zijn met het grootste aantal ondernemerschapsinitiatieven, blijven we een van de landen met het kleinste aantal ondernemers. Komt dat omdat we te versnipperd optreden? Waarschijnlijk niet, al is enige rationalisatie wel op haar plaats. Effecten meten is moeilijk, maar ik put hoop uit het feit dat de meerderheid van de Vlaamse jongeren zich vandaag creatief en ondernemend noemt. Dat was vroeger niet het geval. Het gras groeit niet door eraan te trekken maar over een paar jaar moeten we vooruit in de rangschikking van ondernemende landen. Ondertussen hebt u geen enkel excuus meer om thuis te zitten broeden op een vaag plan in plaats van uw eigen zaak op te zetten.
Lorin Parys is voorzitter van Flanders DC. Hij schrijft deze column in eigen naam voor De Standaard.
Plaats een reactie