BLOG
‘Innovatie’ rijmt op ‘inflatie’. Dat laatste, zoals u ondertussen aan den lijve hebt mogen ondervinden, betekent dat goederen en diensten duurder worden. Met andere woorden: het geld in uw loonzakje wordt minder waard, want u kunt er zich minder mee aanschaffen. Zeker de prijzen van ons voedsel rijzen de laatste tijd de pan uit. Dat is jammer voor u en mij. Maar inflatie heeft ook onverwacht positieve effecten. Ze stimuleert, bijvoorbeeld, innovatie in domeinen waar vroeger geen hond naar omkeek. Als een product immers erg goedkoop en overvloedig beschikbaar is, loont het niet de moeite om te innoveren. De kans is dan erg klein dat je je investeringen in vernieuwingen gemakkelijk kunt terugverdienen. Innovators concentreren zich liever op lucratieve domeinen.
En voedsel, zoals de Wereldvoedseltop in Rome vandaag nog maar eens onderstreept, wordt opnieuw een sector waarin geld kan worden verdiend. De prijs van etenswaren is in de voorbije drie jaar met 83 procent toegenomen. Er zou geen beterschap in zicht zijn tot 2015. De prijsstijging van basisproducten zoals rijst en graan is het frappantst. Piet Vanthemsche van de Boerenbond wijst naar de Chinezen en hun steeds rijkere dieet als belangrijke oorzaak voor de stijgende voedselprijzen. Gecombineerd met een wereldwijde slechte oogst in de voorbije twee jaar betekent dat een ramp voor de kwetsbaarste bevolkingsgroepen. Die besteden tot 80 procent van hun inkomen aan voedsel -bij ons is dat maar 12 procent- en worden dus extra hard getroffen.
Maar een stijgende prijs is op zich dus goed nieuws voor vernieuwingen in de sector. Zo leidden hogere voedingsprijzen na de Depressie tot de introductie van de tractor in de Amerikaanse landbouw. Vandaag kunnen duurdere voedingsmiddelen de prijs van nieuwe technologieën in de sector naar beneden halen. Bedrijven kunnen nu gemakkelijker investeren in genetisch gewijzigd voedsel dat beter bestand is tegen droogte. Of in precisielandbouw, waarbij computersystemen en gps-satellieten de grond en vochtigheidscondities constant in het oog houden. Een landbouwer kan dan zijn bemesting en bewatering zo aanpassen aan de gegevens die hij binnenkrijgt, met een efficiëntiewinst tot 15 procent als resultaat.
De hogere voedselprijzen hebben ook een positief effect op het vrijmaken van de handel. Het wordt nu immers wel erg moeilijk om subsidies te blijven toekennen om de prijs van bijvoorbeeld rijst op te krikken, terwijl de helft van de wereldbevolking zich nauwelijks zijn dagelijkse portie graan en rijst kan veroorloven .
Voor we collectief gaan lijden aan infatuatie over de stijgende inflatie en verhoogde innovatie, een kleine sommatie. De meeste economen zien geen relatie tussen innovatie en inflatie. Daarbij komt dat meer innovatie in de landbouwsector niet noodzakelijk resulteert in meer proviand. Want voedingsstoffen als suiker en maïs zijn ook brandstof geworden. Professor Schnable van de Universiteit van Iowa legt het zo uit: ‘De oogst zal naar de hoogste bieder gaan. En in de westerse wereld zijn we nu eenmaal bereid om meer te betalen voor brandstof dan arme mensen kunnen betalen voor voedsel.’
Van sommige innovaties in de voedselindustrie blijf ik trouwens liever gespaard. Neem nu onze Yankee-vrienden die in Europa met chloor behandelde kippen op de markt willen brengen. Hoeven we hun echt uit te leggen waarom de chloorkip hier geen bestseller wordt, of schrijven we ze gewoon in voor een cursus marketing? Iemand zin in een cyaankali-aardbei?
Lorin Parys is voorzitter van Flanders DC, de Vlaamse organisatie voor ondernemingscreativiteit. Hij schrijft deze column op persoonlijke titel.
Rubriek Uitgelicht
Tags Bedrijf, Beleid, Internationaal
