BLOG
Vlaanderen staat stil. Onze wegen slibben dicht en het mobiliteitsinfarct slaat toe. Een verplaatsing Leuven-Brussel duurt makkelijk meer dan een uur, drie keer zo lang als op een gemiddelde zondagmiddag, met een geweldig verlies aan productiviteit tot gevolg.
Terug in de tijd
Ministers komen met plannen, onder meer om massaal te investeren in nieuwe bus- en tramlijnen. Maar een echt vernieuwende visie op openbaar vervoer in ons land zou vertrekken van de consument. Want die heeft last om van en naar zijn station te raken en wanneer hij dan eindelijk een station betreedt, wordt hij terug in de tijd gekatapulteerd.
Naar het station
Gisterochtend wou ik de trein naar Parijs nemen en ik wilde in Leuven vertrekken. Met de bus moest ik drie kwartier vroeger opstaan, om vijf uur ‘s ochtends is dat geen optie. Mijn auto aan het station achterlaten, bleek schier onmogelijk. Een kort gesprek met de parkinguitbater liet weinig hoop.
Alhoewel de parking recent werd aangelegd, blijkt die nu al voor jaren volzet. Een abonnement kopen voor een parkeerplaats kan niet. Eerst kom je op een ellenlange wachtlijst terecht. Slaag je er toch in je auto voor een dag te parkeren, dan kost je dat al gauw een slordige 15 euro. Als je dat elke dag doet, ben je makkelijk 600 euro per maand kwijt. In pak en met koffer op de fiets was ook geen alternatief, dus zat er niets anders op dan mij te laten vervoeren. Ook dat is niet echt voorzien, want er is geen kiss & ride-zone aan het nieuwe station.
Geïndividualiseerd openbaar vervoer
Nochtans zijn die eerste en laatste kilometer net cruciaal. Met een slimme investering in ‘geïndividualiseerd openbaar vervoer’ kun je het bereik van een station drie keer groter maken. Dat betekent dat de spoorwegen samen met bedrijven speciale fietsen, Segways of andere vernuftige transportmiddelen aan het station zouden voorzien om van en naar het station te pendelen. Niet iedereen ziet het immers zitten om aan het vertrek- én aankomststation een eigen fiets te hebben en die ook zelf te onderhouden. Als nu zelfs Brussel een Vélib-systeem heeft, kunnen wij toch niet langer achterblijven?
Sanitair uit 1830
Maar ook in het station is het tijd voor innovatie en renovatie. Zo is er in het station van Leuven geen wachtruimte die naam waardig. Het stationsbuffet stamt letterlijk en figuurlijk uit de vorige eeuw. En wanneer het noodlot toeslaat en u gebruik moet maken van de sanitaire voorzieningen, weet u meteen hoe die er in 1830 uitzagen.
In Brussel-Zuid bleek dan weer één wachtruimte overvol te zitten, terwijl het andere kille lokaal zo goed als leeg was. De reden? Iemand had die duidelijk als urinoir gebruikt, maar geen onderhoudspersoneel te bespeuren. Bij het nuttigen van een broodje werd vervolgens mijn laptop gestolen. Een van de meer dan twintig gevallen per dag, zo bleek uit een praatje met de verbaliserende agent. En zo kan ik nog even doorgaan.
De NMBS en Infrabel zouden hun jaarrekening en hun consument een enorm plezier doen met een kleine stage in Duitsland. Hun collega’s van Deutsche Bahn maken daar enorme winst met de uitbating van hun stations als moderne winkelcentra, met een pak diensten zoals Post en droogkuis. Met een beetje visie maak je van onze stations plekken waar je rustig en comfortabel een kop koffie kunt drinken, de krant openslaan of je mails checken in afwachting van de volgende trein. Een beetje zoals in een hotel, en waarom niet met conciërgedesk? Een plek ook waar je nog snel een aankoop doet voor het avondeten of rustig rondslentert in enkele aangename winkels voor je je trip voortzet. Op die manier zou de trein dan toch nog een beetje reizen worden.
Lorin Parys is voorzitter van Flanders DC. Hij schrijft deze column in eigen naam voor De Standaard.
Rubriek Uitgelicht
Tags auto, openbaar vervoer, trein, winkelcentrum
Gerelateerde artikels
Geef je mening
-
http://www.twitter.com/batikk Tim Vanheers
-
http://blog.barclaey.com Bart
-
http://bartvermijlen.wordpress.com/ bart vermijlen
-
http://www.philips.com Dirk De Boe
