BLOG
De creatieve industrie werd voor de crisis door iedereen bezongen maar wordt vandaag uit het nieuws verdrongen. Door sluitende staalovens, armlastige assemblagefabrieken en bonuszieke banken. Plots is de aandacht voor mode, muziek en film weg. En dat is fout. Want het is net die creatieve industrie die de motor van het economisch herstel zal zijn. Even terug in de tijd voor een goed begrip. Sinds de Tweede Wereldoorlog hebben we drie grote economische stadia doorlopen. Eerste hebben we een factorgedreven economie op poten gezet met een sterke focus op basisarbeidskrachten en stabiliteit. Een paar decennia later maakten we de opstap naar een economie gestoeld op efficiëntie met steeds beter werkende processen en hoger opgeleide werkkrachten. Nu gaat de Grote Knop om, zoals Richard Florida zegt, en schakelen we over naar een economie gedreven door creativiteit, innovatie en ondernemerschap. De creatieve industrie, die beleving en vernieuwing vermarkt, is het hart van zo’n creatieve economie.
Bij ons ontbreken de cijfers, maar in het Verenigd Koninkrijk gaat men ervan uit dat de creatieve industrie dubbel zo snel groeit als de rest van de economie en tegen 2013 aan meer mensen werk zal bieden dan de financiële sector. De creatieve industrie, zo lezen de vooruitzichten, zal zich stukken sneller herpakken dan de rest van de economie.
Dan hebben wij geluk. Want we hebben in Vlaanderen een zee van talent in huis. Als het op grafische vormgeving, architectuur en mode aankomt, hoeven we niet te blozen naast collega’s uit Amsterdam, Parijs en Milaan. Op het vlak van film en televisie kennen we steeds meer internationaal succes. Zo zal Loft bijvoorbeeld te zien zijn in Duitsland en Japan, en is De smaak van De Keyser in Biarritz in de prijzen gevallen. Andere creatieve sectoren zoals softwareontwikkeling, boeken, theater, gaming, kranten, magazines en fotografie verbergen onontgonnen parels van eigen bodem.
In Vlaanderen genereert de creatieve industrie meer dan 11miljard omzet en 4 miljard toegevoegde waarde, becijferde Flanders DC. Meer dan 50.000 mensen werken in de creatieve industrie, meer dan in pakweg de textielindustrie. Het aantal banen in deze sectoren groeide recentelijk dubbel zo snel in vergelijking met de rest van de economie. Reden genoeg dus om de creatieve industrie eindelijk als volwaardig te erkennen, iets waar het vandaag aan ontbreekt.
Neem de gaming-industrie. Er worden nu meer videospelletjes verkocht dan muziekdownloads, cd’s en dvd’s samen. Toch hebben wij in het land van Kuifje en de Smurfen geen videospelletjesindustrie om van te spreken. Hoe komt dat? Eerst en vooral moet een groot deel van de creatieve industrie nog bevrijd worden van een pak culturele subsidies die het motto ‘winst is vies’ hanteren. En ten tweede moeten de economische maatregelen van de overheid op de leest van de, vaak zeer kleine, bedrijfjes uit de creatieve industrie worden gestoeld.
Goed studiewerk moet ertoe leiden dat we onze toekomstige groeisectoren bijstaan en voorzien van de nodige informatie, training en coaching om te internationaliseren en innoveren. En dat we investeren in infrastructuur. Dat is belangrijk volgens een recente studie die De geografie van Buzz heet. Ze heeft de creatieve industrie in New York en LA in kaart gebracht tot op straatniveau aan de hand van 300.000 foto’s van feestjes die ze op het internet vonden. De plekken waar de innovaties van de creatieve industrie geboren worden, doen ertoe en waren gelinkt aan fysieke infrastructuur. Ook daar moeten we geld voor vrijmaken. Als de overheid 300 miljoen euro veil heeft om waarborgen te bieden voor één autofabriek, moet ze ook durven te investeren in een van de snelste economische groeiers voor de toekomst.
Lorin Parys is voorzitter van Flanders DC, de Vlaamse organisatie voor ondernemingscreativiteit. Hij schrijft deze column op persoonlijke titel.
Rubriek Uitgelicht
Gerelateerde artikels
Geef je mening
-
http://www.entrepriseglobale.biz Entreprise Globale
