BLOG
Optimisme is een morele plicht, debiteerde Karel Popper. Maar volgens Mark Eyskens is een optimist in de eerste plaats een slecht geïnformeerde pessimist. De discussie over het halfvolle of halflege glas is van belang voor de staat van onze economie. Dat zit zo. Met de regen van ontslagen en besparingen die bijna elk bedrijf in België doormaakt, durft de sfeer op het kantooreiland al eens onder nul kelderen. Werknemers die pessimistisch zijn, zo gaat althans de conventionele theorie, presteren slechter en zijn minder productief. Het bedrijf boekt belabberde resultaten als gevolg. En de hele economie gaat mee de dieperik in. Het enige wat ons kan redden, is dus een stevige dosis optimisme.
Fout. Want mensen die hun leven leiden in een staat van nervositeit halen net betere resultaten dan hun optimistisch ingestelde collega’s. Ze draaien alles immers drie keer om in hun hoofd alvorens ook maar iets te ondernemen, overwegen alle alternatieven vier keer en checken vervolgens vijfmaal het eindresultaat. En daar houdt het niet op. Zo zouden depressieve mensen creatieve mensen zijn, denk Guido Belcanto. Volgens onderzoek van Dean Simonton leidt één derde van de geslaagde wetenschappers, denk Isaac Newton, aan een depressie. Net zo’n hersenarchitectuur maakt hun brein creatiever. Daarbij komt dat bij te veel positiviteit de optimisme-paradox de kop opsteekt. Van nature hebben mensen de neiging om zichzelf te overschatten, denk Didier Reynders, en negatieve gevolgen te onderschatten, denk Didier Reynders. Een overdosis optimisme heeft dan ook nefaste gevolgen voor het individu maar positieve effecten voor de staat. Een over-optimist loopt een reëel risico om arm, dood of bankroet te eindigen. Denk Jo Lernout en Pol Hauspie. Maar een land van over-optimisten vaart er soms wel bij. De kans dat zo’n land een hoger aantal ambitieuze starters, baanbrekende medicijnen en nieuwe producten kent is reëel. Denk Richard Branson en Virgin.
Het huidige economisch klimaat is niet meteen van dien aard om een vreugdedans te doen en dat is ook het laatste wat we volgens Alain de Botton mogen doen: ‘Het is al een tijdje duidelijk, tenminste sinds we beginnen praten zijn over de “groene scheuten, van het herstel, dat wat we het meest moeten vrezen hoop is’, schrijft hij. Daar moet ik even over nadenken. Maar te veel pessimisme is dan weer een goede reden voor optimisme. Zo schreef de Financial Times dat markten geboren worden op pessimisme, groeien op scepticisme, volwassen worden op optimisme en sterven op euforie. Aandelen zijn spotgoedkoop wanneer het pessimisme welig tiert en worden duur wanneer iedereen het leven door een roze bril bekijkt. Dat is dan weer weinig positief.
Maar er zijn ook redenen om optimistisch te zijn over de recessie. Tijdens economische crisissen gaat onze gezondheid er op vooruit. Voor elk tiende procent extra werkloosheid gaat het aantal sterfgevallen een half procent achteruit. Er zijn minder doden door auto-ongevallen en hartaanvallen. En we gaan minder dood door zwaarlijvigheid, drank of sigaretten. Maar onze mentale gezondheid gaat achteruit. Wat dan weer de creativiteit zou kunnen aanwakkeren volgens hierboven aangehaald onderzoek. De staat van optimisme en pessimisme in een land is dus belangrijk voor het bruto binnenlands product van die staat. En dat we optimisten tot in de kist zijn bewijst een simpele zoekopdracht op Google. ‘Optimisme’ gezocht op sites uit België resulteert in meer dan 117.000 zoekresultaten. ‘Pessimisme’ moet de duimen leggen met maar 27.900 zoekresultaten. Maar de vraag waar ik mee zit is of we daar nu blij mee moeten zijn?
Lorin Parys is voorzitter van Flanders DC. Hij schrijft deze column in eigen naam voor De Standaard.
Rubriek Uitgelicht
Tags
Gerelateerde artikels
Geef je mening
-
http://antwerpen.innovatiecentrum.be Kurt Peys
-
http://www.braindrums.com Marc Innegraeve
-
http://www.byaz.be Peter Blokland
-
http://www.philips.com Dirk De Boe
-
http://www.educatievewinkel.be Lucie Evers
De 10 beste boeken rond creativiteit en innovatie (volgens onze lezers)
