BLOG
Onze Vlaamse werkloosheid piekt en toch vinden we geen kandidaten voor 61.000 open vacatures. Knettergek is dat. Het lijstje met vacatures zonder kandidaat bevat onder andere mecaniciens, machinisten, meubelmakers en metselaars. Het kabinet van minister Vandenbroucke wil dat er nog meer wordt ingezet op opleiding. ‘Maar van een poetsvrouw kun je geen ingenieur maken’, klonk het. Maar wat als we van die ingenieur nu eens een poetsvrouw maakten?
Meer denkwerk dan een kantoorjob
In de Verenigde Staten is een razend interessant boek begonnen aan een steile klim op de bestsellerslijst: Shop Class as Soulcraft: An Inquiry into the Value of Work. Matthew Crawford, een doctor in politieke filosofie en voormalig directeur van een denktank, verdedigt daarin het standpunt dat manuele arbeid niet enkel nobel is, maar dat werken met je handen vaak veel meer denkwerk vereist dan een kantoorjob uit de kenniseconomie.
Dat kan ik enkel beamen. Vorig weekend was ik op bezoek bij een verre neef in Gent. De trots waarmee hij me door zijn carrosseriebedrijf leidde, is me bijgebleven. Maar wie zegt dat er geen denkwerk komt kijken bij het computergestuurd mengen van lak in het lab of bij het opnieuw tot leven brengen van een oldtimer motor, is nog nooit in een garage geweest.
Verschil tussen jobs
Een jonge Vlaming met talent die voor een ambacht kiest in plaats van voor een plek aan de universiteit, vinden we maf. Maar zo iemand heeft het niet zo gek bekeken. Het grootste verschil in de nieuwe arbeidsmarkt wordt niet het onderscheid tussen diploma’s maar tussen jobs.
Voor een eerste categorie jobs heb je enkel het kabeltje van je computer nodig. Voor een tweede soort baan moet je fysiek ter plekke zijn om ze te kunnen uitvoeren en dat zal niet zo snel veranderen. ‘Een nagel kan je nu eenmal niet via het internet in de muur slaan’, zegt Princeton-econoom Blinder. Het grote gevolg is dat zij die herstellen, planten, kappen en bouwen meer jobzekerheid zullen hebben dan zij die enkel denken, vergaderen, typen en onderzoeken.
Het feit dat we jonge Vlamingen met ambachtelijke ambities raar bekijken, is een culturele uitwas van mei ’68, toen we zoveel mogelijk mensen naar de universiteit wilden sturen. Daarmee geef je jongeren ook de boodschap dat er een hiërarchie bestaat tussen denkwerk en handwerk. En dat we intellectuele arbeid met recht en rede beter belonen dan handenarbeid. Sinds de opkomst van de informatiemaatschappij is die tendens nog versterkt.
Maar niet iedereen hoeft kenniswerker te zijn. De ‘kenniswerkers’ zelf zijn het ook niet altijd. Het aantal ongelukkige universitair opgeleide managers in semi-automatische kantoorjobs die eigenlijk geen origineel denkwerk vereisen, is niet te overzien. Ondertussen verliezen we als samenleving wel het vermogen om de gebruiksvoorwerpen waarop ons modern comfort is gestoeld, te herstellen.
Loodgieter met MBA
Als het technisch en beroepsonderwijs geen watervaloplossing zou zijn maar een echte positieve keuze van mensen die met plezier met hun handen gaan werken, zouden we dus al een pak minder werkloosheid hebben.
En voor mensen die wel naar de universiteit gaan, zit er ook muziek in handenarbeid. Iemand met een MBA die vervolgens de stiel van loodgieter leert en nadien een bloeiende loodgietersbusiness uitbouwt, wint drie keer. Hij kan het plezier van werk dat onmiddellijk nuttig is, combineren met het opzetten van een zaak. En dat in een niche waar er al een enorm tekort is aan puur technisch opgeleiden. Iemand met ervaring of kennis van het leiden van een zaak kan dus met weinig risico veel succes oogsten. Als ik ingenieur was, zou ik die baan als poetsvrouw toch eens overwegen.
Lorin Parys is voorzitter van Flanders DC. Hij schrijft deze column in eigen naam voor De Standaard.
Rubriek Uitgelicht
Tags beroep, handenarbeid, kenniswerker, watervalsysteem, werkloosheid
