BLOG
We hebben in Vlaanderen de mond vol over de kenniseconomie, internationaliseren en innoveren, maar we vergeten de daad bij het woord te voegen. Vorige week, tijdens de Bologna-conferentie, werd duidelijk dat maar één op de tien jongeren naar het buitenland gaat studeren, terwijl de regering twee op de tien Vlaamse zonen en dochters wil uitsturen. Dat is een nobel voornemen, maar wie gaat dat betalen? Want studenten die naar het buitenland willen, rekenen daarvoor beter niet op hun bank.
Prijzig
In 2004, de recentste cijfers die ik kon vinden, trokken in totaal 10.729 landgenoten voor hun studie naar Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, de twee populairste bestemmingen. De helft daarvan zijn Erasmusstudenten, de andere helft doet dat na zijn initiële studie. Zo’n jaar in het buitenland is een dure grap. Zo kost een Master in Finance aan de London School of Economics rond de 20.000 euro collegegeld. Met huur en andere kosten loopt zo’n buitenlandse studie-ervaring snel op tot boven de 30.000 euro. Niet mis voor een student.
Logisch dan dat je gaat aankloppen bij een kredietinstelling. En daar begint het probleem. Wie vanuit Vlaanderen kennis wil opdoen bij de buren, is het best zelf al erg vermogend. Na een paar alarmerende berichten van onlangs afgestudeerden heb ik de voorwaarden voor een studielening bij Fortis, Dexia, KBC en ING in kaart gebracht. Met licht verbijsterende resultaten. Eerst en vooral blijkt het onmogelijk om een studielening af te sluiten zonder borg van je ouders. Dat betekent dat, als je ouders zich niet kunnen of willen borg stellen, je eraan bent voor je moeite.
Heb je wel het geluk op je ouders te kunnen rekenen, dan wil de bank praten. Maar enkel als je bereid bent om 70 procent meer intrest op te hoesten dan voor pakweg een autolening. Zo betaal je ongeveer 10 procent (!) intrest op een studielening, maar kom je er met 6 procent vanaf voor een autokrediet. Voor de financiële crisis hadden Fortis en ING wel specifieke en goedkopere product voor de financiering van studies. Die zijn nu afgeschaft.
Oplossing van de overheid?
De overheid hoeft niet elk probleem op te lossen, maar hier moet ze wel ingrijpen. Want iedereen moet gelijk uit de startblokken en we worden er allemaal beter van als onze economie kan draaien op knappe koppen met buitenlandse ervaring. Met een beetje creativiteit hoeven de oplossingen niet duur te zijn. Een systeem van overheidswaarborgen, zoals het waarborgsysteem voor kmo’s, zou het kredietrisico van de banken verminderen en een lagere rentevoet mogelijk maken.
Of de WinWin-lening zou kunnen worden uitgebreid. Die maakt het nu mogelijk dat bijvoorbeeld grootouders op een fiscaal gunstige manier investeren in een opstartbedrijfje van hun kleinkinderen. Dat moet ook kunnen voor familie van studenten die andere horizonten opzoeken. En ten slotte kan de overheid een renteloze studielening invoeren, met de nodige rechten en plichten.
Het is toch te gek dat we meer dan 180.000 euro per baan veil hebben om 2.700 banen in de autoassemblage te redden, meer dan 2miljard euro waarborgen uittrekken voor bedrijfskredieten, maar als samenleving geen 2.000 euro per jaar voor een renteloze lening aan studenten willen investeren die kennis opdoen in het buitenland én daarna dat geld terugbetalen. Investeren in Vlaamse studenten is een investering in onze toekomst die zichzelf terugbetaalt.
Lorin Parys is voorzitter van Flanders DC Hij schrijft deze column in eigen naam voor De Standaard.
Rubriek Uitgelicht
Tags bank, buitenland, lening, student
