BLOG
Tom Peters schopte vorige week, op uitnodiging van FlandersDC, behoorlijk wat keet. Hij sprak in Antwerpen bijna drie uur vol passie over innovatie en ondernemerschap. Peters worden mythische kwaliteiten toegedicht, zoals het vaderschap van het postmoderne bedrijf -waarvan hij zelf zegt: ‘Who the hell knows what that means?’ The Economist bestempelt hem als de übermanagementgoeroe. De gemiddelde blanke man zal Peters’ toespraak van vorige week eerder een louterende ervaring noemen. Mannen zijn volgens Peters namelijk compleet overbodig. Vergeet China, vergeet India, vergeet het internet. De grootste economische revolutie is vrouwelijk. Vrouwen spenderen meer, leven langer, zijn betere bazen en starten wereldwijd de meeste nieuwe bedrijven op. Bovendien maken mannen er al ettelijke duizend jaren een zootje van. Bedrijven die die boodschap in het oor knopen, doen gouden zaken. Het bewijs daarvan? De investeringsbank Goldman Sachs maakte tien jaar geleden een index van 115 Japanse bedrijven die zouden profiteren van de groei van de vrouwelijke koopkracht. De jongste tien jaar is de waarde van de aandelen in de Goldman-korf met 96% de hoogte in gegaan. De beurs van Tokio klokt over dezelfde periode af met een winst van slechts 13%.
Maar ook grote bedrijven en de cult van de BB, de Bekende Bedrijfsleider, vonden geen genade bij het Orakel uit Vermont. Peters verwoordde duidelijk wat velen van ons al aan den lijve ondervonden hebben. Mastodontondernemingen zijn vaak echte innovatiekillers. En in de meeste gevallen hebben ze dat enkel aan zichzelf te danken. ‘Ondernemers inspe vragen me vaak hoe ze kunnen ontsnappen uit bedrijven met een mastodontstructuur en zelf een klein bedrijfje starten. Het antwoord is simpel. Koop een groot bedrijf en wacht gewoon af’, citeerde Peters een collega-auteur. En hoe langer zo’n groot bedrijf bestaat, hoe slechter de prestaties worden, volgens een uitgebreid onderzoek.
En na enkele treffende cijfers over DaimlerChrysler lag ook het beeld van de Bekende Bedrijfsleider aan diggelen. Al heeft dat hier, Lernout& Hauspie en Jan Coene indachtig, nooit echt hoogtij gevierd. In 1998 was de Duits-Amerikaanse automaker 38miljard dollar waard. Negen jaar later hebben de eigenaars met plezier 675 miljoen dollar op tafel gelegd om Chrysler te verkopen aan een privékapitaalverschaffer. Dat alles samen komt neer op een puike prestatie van Jürgen Schrempp, toenmalig bedrijfsleider van het concern. Volgens de berekeningen van Peters slaagde die erin om gemiddeld zo’n slordige 10miljoen dollar per dag aan beurskapitalisatie kwijt te spelen. Het is slechts weinigen gegeven. Het meest verfrissende aan Peters vond ik zijn zelfrelativering. Bij het begin van de avond zei hij dat hij niets zou vertellen wat we niet al lang wisten. Alleen lijken we die wijze lessen niet altijd ter harte te nemen. Zoals het feit dat goede leiders aanstekelijk enthousiast zijn, hun mensen laten scoren, passie in hun werk leggen en doorzettingsvermogen aan de dag leggen. Want succes, zei hij, is vooral een zaak van niet af te haken nadat anderen er al lang de brui aan gegeven hebben. Een van Tom Peters’ paradoxen intrigeert me: in heel wat bedrijven wordt innovatie gefnuikt en dus waarde vernietigd in plaats van gecreëerd. Daarom ben ik voor een van mijn volgende columns op zoek naar treffende verhalen over het beknotten van innovatie op de werkvloer. Kent u zo’n verhaal? Stuur me dan een mailtje en uiteraard wordt dat in alle discretie behandeld.
Lorin Parys is voorzitter van FlandersDC, de Vlaamse organisatie voor ondernemingscreativiteit. Hij schrijft deze column in eigen naam. lorin.parys@flandersdc.be
Rubriek Uitgelicht
Tags Bedrijf, Creatief denken, HR en creatieve cultuur, Internationaal
