BLOG
Beleidsmakers hebben de mond vol van samenwerking tussen kennisinstellingen in de Europese Unie. Maar wat komt er werkelijk van terecht? Niet zoveel, blijkt, want als het er op aankomt wil niemand de samenwerking financieren. En dus blijven heel wat veelbelovende hightechproducten op de plank liggen.
De universiteiten van Hasselt en Maastricht werken momenteel samen aan een plantvitaliteitsmeter (officieel chlorofyl), een apparaat dat kan zeggen hoe lang fruit en groenten nog bewaard kunnen worden. Heel handig voor suppermarkten en distributeurs. Maar het onderzoek ligt al maanden stil. "Er mag nog geen euro de grens over", aldus Frans Smeets, managing director van Maastricht Instruments, een dochteronderneming van de Universiteit Maastricht. Geen enkele van de benaderde partijen wil belastinggeld investeren in een samenwerking tussen een Belgische en een Nederlandse universiteit. Op die manier missen Nederland en België -en zeg maar gerust heel Europa- kansen op handel en dus ook werk.
Inmiddels zijn beide universiteiten in gesprek met private partners voor de verdere ontwikkeling. Vinden ze die, dan moeten ze er wel de nadelen bijnemen. Een private partij strijkt immers het grootste deel van de winst op, zodat er weer minder geld is voor nieuw onderzoek. Bovendien loop je ook het risico de controle over de uitvinding kwijt te raken, inclusief je intellectueel eigendom.
Rubriek Uitgelicht
Tags Beleid, Financiering, Internationaal, Onderwijs
