Het belooft een lange rit te worden, zeker voor wie nu nog op de schoolbanken zit. Het oude loopbaanschema “school-werk-pensioen” ruimt namelijk plaats voor een model “school-werk-school-werk-school-werk-pensioen”. Het is dus nooit gedaan met leren. Op een veranderende arbeidsmarkt ontwikkel je voortdurend je competenties. In je eigen belang, maar ook in dat van de samenleving en de arbeidsmarkt. Loopbanen worden niet alleen langer, ze vragen ook alsmaar meer wijzigende competenties. Het is een kwestie van bij-zijn en bij-blijven. De interactie tussen leren en werken was nog nooit zo belangrijk.

Dit staat enigszins haaks op een pleidooi dat her en der wordt gevoerd om de leerplichtleeftijd te verlagen tot 16 jaar. Het aantal jongeren dat gedemotiveerd het onderwijs verlaat zonder enig diploma of getuigschrift, neemt toe. Er is ook nog lang geen sprake van voltijds engagement voor leerlingen in het deeltijds onderwijs en het watervalsysteem is nog steeds een springlevende dinosaurus. Ondanks ons hoogstaand kwalitatief onderwijs, stellen we vast dat de aansluiting tussen onderwijs en de arbeidsmarkt soms moeizaam verloopt.

Toch lossen we met de verlaging van de leerplichtleeftijd de pijnpunten niet op. De arbeidsmarkt heeft zo haar eigen wetmatigheden: een diploma werkt nog altijd beter dan geen diploma en hoe hoger het diploma, hoe beter de arbeidskansen die erop volgen. Voor de arbeidsmarkt is een goede scholing een noodzakelijk vertrekpunt. De vraag is hoe je vanuit onderwijs vlot op de bestemming ‘arbeidsmarkt’ geraakt, hoe je de vlotte verbinding legt. Dit kan door bijkomend onderwijs te bieden op maat van de arbeidsmarkt.

Daarom moeten er bruggen worden geslaan die onderwijs en arbeidsmarkt dichter bij elkaar brengen. De boutade “dat het onderwijs te belangrijk is om enkel maar aan de onderwijsactoren over te laten”  kadert volledig in de opvatting waarin “leren en werken” een zaak is van onderwijs én de arbeidsmarkt samen. Talentontwikkeling wordt gestimuleerd van beide kanten. Hierin ligt dan ook de opportuniteit om de knelpunten van het onderwijs krachtiger aan te pakken zonder een leerplichtverlaging door te voeren. Het gaat om hechte, lokale allianties van talentontwikkeling tussen scholen, bedrijven, sectoren en intermediairen zoals de VDAB. Zij kunnen nieuwe, moderne en aantrekkelijke leercontexten creëren, vooral voor leerlingen die anders zouden afhaken.

Zo wordt de leerrit een interessante, vlotte rit niet alleen naar maar ook op de arbeidsmarkt. Denken we maar aan bestaande succesformules zoals het Maritiem Competentiecentrum te Zeebrugge en het CNC-competentiecentrum Vlaams Brabant waar VDAB, scholen én bedrijven gebruik maken van dezelfde opleidingsinfrastructuur. Leerlingen en werknemers krijgen er terzelfder tijd een vorming op maat van de arbeidsmarkt en jongeren worden er aldus geïnspireerd door de “professionals”.