Elke week een column. Pakweg 50 keer per jaar een heldere gedachte op papier. Of toch een poging daartoe. Dat lukt, met enig eufemisme, de ene week al wat beter dan de vorige. Maar waar ik zelden last mee heb, is met de keuze van een idee. Het onderwerp vindt mij. Soms klap ik gewoon mijn laptop open en ontdek ik zelf pas na een paar minuten tokkelen waar het over gaat. Het is heerlijk om voor een paar uur stapelverliefd te worden op een gedachte. Die rond te draaien in je hoofd en daarna af te leveren op papier. In 3.500 tekens, netjes ambachtelijk verpakt in 550 woorden. Klaar. Want wanneer de aardappelschillen op de Mens & Economie-sectie belanden, ben ik mijn onderwerp meestal alweer vergeten. Op zoek naar nieuwe inspiratie, een nieuwe liefde voor een week.

Geheim van creativiteit

Waar die vandaan komt, is moeilijk te achterhalen. ‘Het geheim van creativiteit is je bronnen weten te verbergen.’ Dat komt niet van mij. Mijn bron is ene Albert Einstein, berucht
om zijn creatieve hersenspinsels in een tijd zonder informatiesnelweg. Vandaag speelt dat internet een enorme rol in onze collectieve inspiratie. We hebben allemaal al wat van het
internet geplukt en gebruikt op het werk. Het lijkt alsof we allemaal een pak verstandiger zijn geworden, want we kunnen ons beroepen op de kennis van miljoenen mensen. Maar
klopt dat wel, dat het internet ons slimmer maakt?

Korte en lange termijn

Neen. Wired Magazine – en ik laat alweer mijn bron zien – schrijft dat, elke keer dat we online gaan, we terechtkomen in een omgeving die oppervlakkig en snel denken promoot. Het internet breekt onze focus en herorganiseert ons brein. De hersenarchitectuur van ervaren webgebruikers verandert door veelvuldig surfen. En niet ten goede. Want onze intelligentie hangt af van hoeveel informatie we overbrengen van ons kortetermijngeheugen naar ons langetermijngeheugen. Uit dat langetermijngeheugen kunnen we dan putten om complexe ideeën te vormen. Maar die overgang tussen korte- en langetermijngeheugen is ook een flessenhals. Het kortetermijngeheugen is een klein vatje, het langetermijngeheugen een bodemloos vat. De informatieoverdracht tussen beide werkt beter als je maar één ding tegelijkertijd doet. Want een korte onderbreking veegt de inhoud van wat we aan het opslaan zijn in ons kortetermijngeheugen, onherroepelijk weg.

Minder creatief?

Laat nu net die onderbreking de essentie zijn van het internet. Mails, tweets, chatgesprekken en Facebook melden ons wanneer een muis een scheet in een fles laat. Als we iets online lezen, worden we meteen afgeleid door links, reclame en filmpjes. En dus slaan we minder op. We weten dus wel meer, maar worden niet intelligenter. En sommigen beweren dat onze hedendaagse technologie, met zijn constante instantverlangen naar analyse, creativiteit verhindert. Dat we daardoor de tijd en ruimte ontberen om bijvoorbeeld goede boeken te schrijven ‘in stilte en in het donker’, zoals Proust zei.

Niet akkoord

Ik ga daar niet mee akkoord. Het internet ontsluit een schat aan kennis. We beslissen nog altijd zelf of we de computer aan- of uitzetten. En hoeveel we ons laten onderbreken. Gelukkig maar dat ons brein zich aanpast. Stel je voor dat we met de schedelinhoud van een primaat voor ons scherm zouden zitten. Maar welaan, de vakantie is een excellente toetssteen voor deze theorie. U zet alles eens uit en laat ons daarna weten of u slimmer bent teruggekeerd. Geniet ervan.

Lorin Parys is voorzitter van Flanders DC. Hij schrijft deze column in eigen naam voor De Standaard.