BLOG
De honderd rijkste zakenfamilies van ons land werden het voorbije jaar 7,2 miljard euro armer. Dat is 288 miljard oude Belgische franken of 10 procent van hun vermogen dat als sneeuw voor de zon smolt. Ik hoor u al denken et alors? U bent waarschijnlijk zelf behoorlijk wat centen kwijt en toch niet helemaal zeker van uw baan. Waarom zou u dan slaap laten voor een aantal fatcats die heus geen boterham minder eten door de aandelenkoersen? Begrijpelijk, maar niet helemaal terecht. Het beursverlies van onze rijkste zakenfamilies is ook een aderlating voor Vlaanderen. Want geld en creativiteit zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Dat wordt mooi geïllustreerd door het onuitroeibare cliché dat creativiteit hoogtij viert in moeilijke economische tijden. De redenering gaat als volgt. Wanneer het moeilijk gaat, wordt iedereen verplicht om meer met minder te doen en zo worden allerlei vernieuwingen geboren. Economische groei komt niet van meer te koken, maar wel van nieuwe recepten te pionieren. En die nieuwe recepten floreren wanneer de ingrediënten schaarser worden. Kortom, crisissen zijn gouden tijden voor innovatie.
Dat was ook de stelling van Joseph Schumpeter, die verkondigde dat door creatieve destructie nieuwe starters oude bedrijven uit de markt drijven met frisse ideeën. Net zoals er na een bosbrand verschillende nieuwe dier- en plantensoorten zouden ontstaan in het afgebrande gebied, kan een crisis een vruchtbare bodem zijn voor nieuwe spelers. Dat is ook wat er vandaag kan gebeuren. Op voorwaarde dat de overheid niet onnodig subsidies geeft aan bedrijven die anders niet zouden overleven. In een crisis zie je dus een groter aantal nieuwe starters met creatieve bedrijfsmodellen. Die zijn essentieel om ons economisch weefsel te vernieuwen.
Minder geld levert dan misschien meer ideeën op. Maar vandaag vindt dat groter aantal ideeën minder geld. Zelfs bestaande bedrijven met goede ideeën komen van kale bankreizen thuis. En dat nadat de overheid meer dan twee miljard kredietwaarborgen voor kmo’s opzij heeft gezet. Hoe moeten nieuwe ondernemers dan aan het nodige startkapitaal geraken? De bank zegt nee tegen ondernemingen zonder geschiedenis. Venture capital-fondsen nemen de telefoon niet op, want die hebben de handen vol met hun eigen probleemportefeuilles. Friends, family and fools zijn minder scheutig om geld toe te steken na een blik op hun eigen vermogen.
Vroeger kon je dan terecht bij Vlaanderens ondernemende families. Tibotec Virco is zo’n verhaal dat zonder een paar durvers uit vermogende geslachten nooit uit de startblokken zou zijn geschoten. En zonder hen zou het bedrijf dus ook nooit een kleine vijfhonderd banen hebben gecreëerd. Ook SN Brussels Airlines kreeg vleugels door de financiële inbreng van een paar oude families. En zo zijn er ontelbare kleine en grote succesverhalen uit ons land die steunen op het geld van zakenfamilies. Maar vandaag valt het te betwijfelen of die succesverhalen nu ook nog het daglicht zouden zien. Want de families die ooit de radars van ons economisch netwerk smeerden, hebben behoorlijke averij opgelopen en houden dus de vinger op de knip.
Enkel en alleen de verschillende families die KBC verkankeren, hadden in januari van dit jaar al meer dan drie miljard euro verloren. Namen zoals Van Waeyenberghe, Vlerick-Sap, Santens, Poulussen en Gevaert lees je niet elke dag in de krant, maar ze spelen daarom geen minder belangrijke rol voor ondernemend Vlaanderen. Als zij verliezen, verliezen wij ook.
Bron: De Standaard
Lorin Parys is voorzitter van Flanders DC, de Vlaamse organisatie voor ondernemingscreativiteit. Hij schrijft deze column op persoonlijke titel. Zie www.standaard.biz/paradoxvanparys.
Rubriek Uitgelicht
Gerelateerde artikels
Geef je mening
Energie besparen met een gebouw dat van kleur verandert
Eerste Flanders DC boek uit: Werk maken van een creatieve economie
