Parallellepipeda
TAGS: creatieve industrie, FFI, multidisciplinariteit, Paradox van Parys, Parallellepipeda
RUBRIEK: Uitgelicht
Dinsdagavond legden een aantal moedige bedrijfsleiders een flinke brug
naar de creatieve industrie in Vlaanderen. Ze defileerden in Vlaamse mode op de catwalk van de Modenatie in Antwerpen. Aanleiding was het samengaan van Flanders Fashion Institute met Flanders DC. De missie van het vernieuwde Flanders DC luidt ‘ondernemend Vlaanderen creatiever, en creatief Vlaanderen ondernemender’ maken. En beiden samenbrengen. Want in die kruisbestuiving zit een onaangeroerde bron van rijkdom.
De tijd dat de eenzame wetenschapper in zijn witstoffen jas en bünsenbrander innovaties baarde, is voorbij. Het tijdperk waarin een groep mensen uit dezelfde sector, met dezelfde opleiding en dezelfde invalshoeken dat deed, gelukkig ook. Van hen verwacht ik geen vernieuwing maar afstandsbedieningen vol nutteloze knoppen die uitsluitend productingenieurs genot bezorgen. Vandaag kan je enkel innoveren als je bereid bent over het muurtje te springen. Een mooi staaltje van wat er dan gebeurt kan je vanaf vandaag bekijken in Leuven. Daar presenteert Museum M de resultaten van een fascinerende ontmoeting tussen kunstenaars en wetenschappers op het snijvlak van disciplines.
De curator van de tentoonstelling Parallellepipeda is drie jaar bezig geweest met de voorbereidingen. “Voor kunstenaars is drie jaar een eeuwigheid, voor onderzoekers een flits,” zegt Edith Doove. Maar wetenschappers overtuigen om van hun erf te komen bleek geen sinecure. “Ze waren erg terughoudend alhoewel we soms al jaren met dezelfde materie bezig zijn, elk vanuit onze verschillende invalshoeken,” zegt Anne-Mie Kerckhoven die tekeningen over beeld en perceptie maakt en samenwerkte met experten in nucleaire geneeskunde en experimentele psychologie . “Toch hebben we mekaar gevonden omdat kunstenaars en wetenschappers beiden bezig zijn met het verleggen van grenzen en het oplossen van problemen.”
Zo werkte Nick Ervinck met Professor Pierre Delaere die de eerste luchtpijptransplantatie uitvoerde, aan een gigantische uitvergroting van een slokdarm. Het hi-tech bedrijf Materialise heeft plannen om dat beeld in 3D om te zetten. Plastisch kunstenaar Koen Van Mechelen vond Jean-Jacques Cassiman, specialist in erfelijkheidsonderzoek, bereid om samen op zoek te gaan naar de cosmopolitan chicken. Dat is een nieuw superkippenras dat nu al 14 verschillende soorten kip van over de hele wereld combineet. En Wendy Morris werkte met wetenschappers aan oogbewegingsonderzoek aan de hand van haar tekeningen en schetsen om maar een paar voorbeelden te noemen.
Zo’n samenwerkingen leiden tot onverwachte ontdekkingen en inzichten. Dat wisten ze op Rensselaer Polytechnic, een universiteit in de staat New York, al langer. Daar hebben ze die multidisciplinariteit structureel ingebed. Elke student is verplicht een aantal lessen kunst, biotechnologie en wiskunde te volgen. En de universiteit heeft ’s werelds krachtigste academische supercomputer gelinkt aan een baanbrekend media lab en een biotechnologie incubator. Kankeronderzoekers bijvoorbeeld kunnen nu in een gigantische zwarte ruimte in het medialab letterlijk in een kankercel rondlopen en beter de structuur van zo’n cel begrijpen door ze te ervaren.
Wij kunnen dat ook. Stel je even voor dat nanotechnologie onderzoekers bij IMEC er in slagen om een microchip in sportkleding te verwerken die je trainingsschema opmaakt en je vertelt wanneer je te hard loopt. En stel je voor dat je die kennis combineert met de kunde van een Vlaamse topontwerper, dan heb je gegarandeerd kassa. En vermenigvuldig dat met ontelbare andere kruisbestuivingen tussen ons talent uit verschillende werelden in Vlaanderen en we brengen een commerciële tsunami op gang. Combineren is innoveren. Waar wachten we op?
Plaats een reactie