BLOG
Reuzebenieuwd was ik naar wat de professor kerkelijk recht over innovatie te vertellen had. Want ik noem hem wel eens de meest begenadigde redenaar in het post-Eyskenstijdperk, Rik Torfs. Op het open innovatieforum van het Innovatiecentrum Limburg gaf Torfs zijn bedenkingen bij de huidige staat van innovatie. Hij analyseerde en -wat sommigen nogal eens vergeten – maakte ook steeds weer de synthese. Hieronder lees je de krachtlijnen van zijn betoog.
1. De taal waarin we over innovatie spreken, doet vaak het tegendeel vermoeden. Gemeenplaatsen, vage algemeenheden en containerbegrippen maken het niet makkelijk om onze boodschap, naar de burger of werknemers toe, transparant te communiceren. Om het met een Limburger te zeggen: de mensen weten vaak niet goed wat we juist willen zeggen. Voorbeeld: tegenwoordig komen we via wet(svoorstell)en zo vaak op een “keerpunt” dat Torfs een analogie met het zwembad trok. Na 25m neemt de zwemmer een keerpunt, en na 25m weer een keerpunt. En dat gaat zo door. Na afloop blijkt dat na tal van keerpunten de zwemmer niet zo ver van het beginpunt is geëindigd.
2. De grootste vijand van innovatie is het lineaire denken, dat we geloven dat de evoluties zoals we ze nu zien ook in de toekomst zullen blijven verder gaan. Dat is een grote mythe. Zo doen economen, sociologen en politici voorspellingen als ‘In 20xx wordt China wereldeconomie nr.1 en dan….’ of ‘In 20xx zal Rotterdam een moslimmeerderheid kennen en dan…’. Bullshit, zegt Torfs, je weet dat eigenlijk niet. Als mens zijn we heel slecht in het zien wanneer de knik in de lineaire curve komt. Voorbeeld: in de jaren ’50 tot ’80 dachten westerse politici dat het communisme de wereld zou veroveren. Het ene land na het andere werd communistisch, maar geen enkel communistisch land converteerde naar het kapitalisme. Het imploderen van het communisme werd niet als optie gezien. Nochtans kon je bij een bezoekje voelen dat de moraal vrij laag was in die landen. En toen viel de muur in Berlijn en kreeg je een domino-effect. De curve van de opmars van het communisme knikte.
3. Onze samenleving hanteert assumpties zonder daar veel vragen over te stellen. Ik geef er drie.
Eén: We proberen structuur te geven aan creativiteit, maar ontsnapt creativiteit er daarom niet aan? Als we creativiteit vatten in een structuur, kunnen we dan nog waarlijk creatief zijn?
Twee: mensen menen vaak dat creativiteit gaat om knopen doorhakken. Wat brengt dat meestal op? Twee losse eindjes touw. Dingen laten aanmodderen wordt vaak als ‘niet creatief’ beschouwd. Onbenulligheden lossen echter zichzelf vaak op. Je bent net heel lucide als je weet wanneer je dingen op hun beloop kan laten en wanneer je knopen moet hakken.
Drie: analyse vs. synthese. Steeds meer mensen worden steeds beter in steeds minder. Nochtans is het pas de synthese achteraf die voor geluk (waarde?) zorgt. We moeten de grenzen van ons eigen specialisme durven overschrijden. Enkel analyseren maakt het leven toch wat dor, niet?
Andere assumpties: religie is passé, traditie is nodig voor innovatie, echte innovatie komt van traag gevormde kennis (niet van snelle evoluties).
Denk daar maar eens over na (en laat ons je gedachten weten).
Rubriek Events, Uitgelicht
Tags
Gerelateerde artikels
Geef je mening
-
http://www.melotte.be Mario Fleurinck
-
R
-
RL
