BLOG
Rebecca Skloot schreef “The Immortal Life of Henrietta Lacks”, een debuut dat meteen een bestseller werd.
Toen het boek in het Nederlands vertaald werd, trok ik naar Amsterdam voor Skloot en een interview dat uiteindelijk heel erg uitliep. Ja, dat verhaal van Henrietta Lacks is superinteressant. Want haar cellen, de HeLacellen, zijn de beroemdste cellen ter wereld. Ze zijn onsterfelijk. Ze waren al in de ruimte en zorgden voor doorbraken in zowat alle belangrijke medische onderzoeken. Sterk: die cellen, kankercellen, waren zonder dat Henrietta het wist bij haar weggenomen. Nog sterker: Henrietta’s familie wist heel lang ook niet dat na haar dood, op haar 31e in ’51, die cellen dit eigen leven waren gaan leiden. En toen haar familie ervan hoorde, dachten zij dat stukjes Henrietta ‘ergens in een (gevangenis)cel verderleefden’! Wisten zij veel!? Zij hadden geen geld om te studeren.
Het interview dat ik had met Skloot in Amsterdam liep ook uit omdat het verhaal van de schrijfster zelf zo interessant is. Henrietta was voor haar niet zomaar een ‘interessant onderwerp voor een boek’. Skloot was 16 toen ze tijdens een les biologie dit verhaal hoorde, en het liet haar nooit meer los. Hoe ouder Skloot werd, hoe meer ze ervan droomde Henrietta de bekendheid te geven die ze verdiende. De vrouw achter de cellen een gezicht te geven. Ook onsterfelijk te maken. Ze deed alles op eigen kosten en dankzij de liefde van haar familie. Er waren momenten dat ze dacht dat het boek er nooit zou, of kon, komen.
Maar nu is er dus deze bestseller, deze Skloot die ook een fonds stichtte waardoor de Lacks-nabestaanden kunnen studeren. Skloot reisde langs elk familielid en moest moeite doen hun vertrouwen te winnen. Want ze waren al vaak benaderd door kwakzalvers uit de wetenschappelijke en journalistieke wereld. Skloot laat zien dat het verhaal van de familie Lacks onlosmakelijk verbonden is met de duistere geschiedenis van het experimenteren met Afrikaans-Amerikanen, het ontstaan van de ethiek binnen de biologie en de juridische strijd over de vraag of we de baas zijn over de materie waarvan we zijn gemaakt. En bovenal is het ook een verhaal over een familie.
Ik laat dit boek later zeker aan mijn dochters lezen. Om twee redenen: om ze te laten weten dat achter elke ‘theorie’ veel meer zit, én om ze te laten weten dat als je het écht wil, dromen uitkomen. Je kan 16 zijn, een boek willen schrijven en dan 20 jaar later de wereld rondreizen met je verhaal!
