Hebben we in 2050 allemaal onze eigen robot in huis die voor ons alle lastige klusjes uitvoert en ons leven radicaal verandert? Bram Vanderborght, professor Robotica aan de Vrije Universiteit Brussel, is overtuigd van wel. Meer zelfs, robots worden een absolute noodzaak als we de maatschappelijke uitdagingen van de toekomst het hoofd willen bieden.

Het Gentse Marriott-hotel zette in juni 2015 als een van de eerste ter wereld een robot in om zijn gasten te verwelkomen, in te checken en wegwijs te maken. Mario, een stevige halve meter groot, kan de hotelgasten hun sleutel overhandigen, op eenvoudige vragen antwoorden, presentaties geven of online een taxi bestellen. Mooi surplusje: de software in de robot is van Belgische makelij en werd ontwikkeld door het Oostendse QBMT.

Menselijke robots

Mario is trouwens het broertje van Zora (Zorg, Ouderen, Revalidatie, Animatie), de menselijke zorgrobot die al in meer dan honderd ziekenhuizen, rusthuizen, woonzorgcentra en scholen in België wordt ingezet. Zora communiceert met autistische kinderen die vaak moeite hebben met gewone menselijke communicatie en interactie, leest de krant voor en demonstreert revalidatie- en bewegingsoefeningen aan een groep bejaarden, zodat de kinesist, die normaal die taak moet uitvoeren, de tijd krijgt om de rusthuisbewoners individueel te begeleiden.

Mario en Zora zijn allebei versies van de bekende humanoïde Nao. Ze vormen een mooi voorbeeld van wat humanoïden of ‘menselijke’ robots nu al kunnen. En hun mogelijkheden zullen tegen 2050 nog gigantisch zijn toegenomen, denkt ook professor Bram Vanderborght, aan de Vrije Universiteit Brussel verbonden aan de onderzoeksgroep Robotica en een van de grootste Belgische autoriteiten op dat vlak. Zijn onderzoek richt zich vooral op de cognitieve en fysieke interactie tussen mens en robot, door robots geassisteerde therapie, humanoïden en revalidatierobots.

Robots zullen in 2050 overal, in alle mogelijke toepassingen en in alle mogelijke vormen, aanwezig zijn, zegt Vanderborght.

“Niet meer zoals vandaag enkel in de industrie, maar ook en vooral in ons dagelijkse leven, in onze vrije tijd en in ons werk."

"De toepassingen zijn eindeloos: huishoudrobots, assistentierobots voor ouderen, militaire robots, operatierobots in ziekenhuizen, exoskeletten en power augmentation devices, protheses, …”

Zora, de menselijke zorgrobot aan het werk in een ziekenhuis.

Nog een lange weg

Al wil dat niet zeggen dat we volledig door robots zullen worden gedomineerd of afhankelijk van hen zijn, benadrukt Vanderborght meteen. Zover is het nog lang niet, en zover zal het volgens de professor ook in 2050 nog niet zijn. Want ondanks de steeds verbeterende technologie ziet hij robots over 35 jaar nog altijd niet tot dezelfde dingen in staat als de mens. “Er zijn mensen die beweren dat computers en robots slimmer zullen worden dan wij als mens, maar ik vind het moeilijk om dat te geloven en daar uitspraken over te doen."

"Een robot kan wel heel veel taken overnemen van de mens, maar is niet creatief of handig."

"Een robot kan vandaag in een gecontroleerde omgeving heel veel dingen doen, maar haal hem uit die omgeving, en hij is in veel gevallen gewoon verloren.”

Een bewering die Vanderborght staaft met het hilarische YouTube-compilatiefilmpje van de DARPA Robotics Challenge 2015. In die wedstrijd, gefinancierd door het Amerikaanse leger en met een prijzengeld van 2 miljoen dollar, moesten de beste robots van de meest gerenommeerde bedrijven en onderzoeksinstituten ter wereld allerhande taken uitvoeren in een testomgeving. Doel was om te kijken hoe robots kunnen worden ingezet in eventuele toekomstige ramp- of noodscenario’s. Maar bij veel van de voor een mens heel eenvoudige taken als een deur opendoen, aan een hendel draaien, een ladder beklimmen of puin ruimen, sloegen de robots tilt, verloren ze hun evenwicht en vielen ze omver.

Tijdens de DARPA Robotics Challenge 2015 bleek dat heel wat robots tilt sloegen.

“Het toont aan dat we in de robotica nog een hele lange weg af te leggen hebben, die we ook tegen 2050 nog niet zullen hebben voltooid. De grote moeilijkheid bij robots is bijvoorbeeld dat wij als mens een lichaam hebben dat al honderdduizenden jaren lang mee evolueert met zijn omgeving. Dat is een aspect dat vaak wordt vergeten als mensen het over robots hebben, maar je kunt die evolutie die wij hebben doorgemaakt niet zomaar programmeren in de ‘hersenen’ van een robot. The body shapes the way we think, noemen onderzoekers die idee. Wanneer ik nu een stekker vastneem, kan ik dat op duizend verschillende manieren doen, maar ik als mens weet wat de enige juiste manier is om daadwerkelijk iets met dat voorwerp te kunnen doen. Het zijn mijn handen en mijn vingers die voor een interactie met die stekker zorgen en mij op die manier heel veel informatie geven die ik zonder lichaam niet zou hebben.”

Vanderborght ziet dus tegen 2050 ook niet meteen gevaar op een Terminator-scenario: dat de artificiële intelligentie van robots ooit de intelligentie van de mens overstijgt en de wereld door oncontroleerbare kwaadaardige robots wordt overgenomen. Onder andere Tesla-oprichter Elon Musk en astrofysicus Stephen Hawking waarschuwden daar al voor. Maar Vanderborght relativeert: “Kijk opnieuw naar de DARPA Challenge: de allerbeste robots ter wereld vallen om als ze een deur moeten openen die niet voorgeprogrammeerd is. Als mensen dan zeggen: robots gaan de wereld veroveren, dan is mijn suggestie heel eenvoudig: doe je deur dicht en je zit veilig.” (lacht)

Economische en maatschappelijke noodzaak

“Ik bekijk het liever realistisch en optimistisch. Robots zullen ons leven bepalen, maar niet zoals in sciencefictionfilms. En die optimistische kijk is nodig: tegen 2050 zullen er een heleboel maatschappelijke uitdagingen op tafel liggen waaraan we zonder robots maar heel moeilijk het hoofd zullen kunnen bieden. Robots worden niet alleen een economische, maar ook een maatschappelijke noodzaak. Neem nu de veroudering van de maatschappij: vandaag hebben we nog vier werkende personen per ouderling, in 2040 al zullen dat er nog maar twee zijn."

"Hoe kunnen we onze maatschappij zo organiseren dat we niet allemaal dubbel zo hard moeten werken om onze welvaart te behouden?"

"Die welvaart behouden lukt als we onze productiviteit verhogen, en dat doen we het best via robots. Vroeger werkten we allemaal op het land, nu maakt landbouw nog maar enkele procenten uit van de economie. Daarna kwam de industrie, die nu ook een minderheid uitmaakt en nog later schakelden we massaal over op diensten. Maar die diensten moeten we veel productiever maken om voor elkaar te kunnen blijven zorgen.”

De menselijke zorgrobotten Zora en Mario.

Meer tijd, meer mens

“Dat is voor mij een van de mooiste en belangrijkste toekomstperspectieven in de robotica: dat we dankzij robots meer tijd krijgen als mens om te zorgen voor elkaar, voor onze ouderen, zieken, kinderen en naasten. In een rusthuis zul je in 2050 perfect de poetsdienst aan robots kunnen overlaten, waardoor er extra geld en ruimte vrijkomt om te investeren in persoonlijk contact met je rusthuisbewoners. Vandaag krijgen ouderlingen in Duitse rusthuizen nog 52 minuten zorg per dag, omdat die zorg zoveel kost. Maar dankzij goedkope robots zullen we in de toekomst veel meer kunnen investeren in dat persoonlijke contact. Robots zullen ons als mens meer mens laten zijn.”

Een mooie gedachte. Het betekent ook dat we dankzij robots tegen 2050 misschien wel meer vrije tijd krijgen en minder uren aan onze job zullen moeten of mogen besteden. “Ik denk wel dat dat kan”, zegt Vanderborght. “Robots zullen een hele grote welvaart genereren, al moeten we wel beginnen na te denken over hoe we die welvaart willen verdelen over de maatschappij. Kunnen robots zorgen voor een wereldwijd basisinkomen, waarbij je de economische winst die robots opleveren op een of andere manier herverdeelt? Maar over het algemeen zie ik er wel de voordelen van in. Veel jongeren voelen vandaag een heel grote sociale druk op hun schouders: je moet een fantastische relatie hebben, een fijne, drukke en goedbetaalde job, een mooi huis, kinderen, enzovoort. Robots zullen een deel van die druk kunnen verlichten.”

“Een van de gevolgen is wel dat we bijvoorbeeld ons onderwijs daarop zullen moeten afstemmen en jongeren opleiden in die sectoren en jobs die nog een toekomst hebben." 

We zullen moeten focussen op de creatieve sector, want net daar zullen robots in 2050 nog altijd de grootste moeite mee hebben."

"Terwijl we bijvoorbeeld veel minder moeten inzetten op een job als boekhouder, aangezien die job gewoon overbodig wordt.”

Tegen 2050 zal de band van de gewone mens met robots heel anders zijn dan vandaag, zegt Vanderborght. “Er zijn wetenschappers die voorspellen dat we op dat moment seks zullen hebben met robots en er mee zullen trouwen. Ik kan me wel vinden in de voorspelling dat we met robots een sociale band zullen aangaan, want we zien nu al heel vaak dat wie veel bezig is met een robot, daar gehecht aan raakt. Niet alleen de autistische kinderen die we laten spelen en communiceren met de Nao-robot, maar ook mensen van wie je het misschien niet verwacht. In de Verenigde Staten houden militairen afscheidsplechtigheden met eretekens voor gesneuvelde robots, terwijl dat eigenlijk gewoon mechanische ‘dingen’ zijn. Dus trouwen met een robot die je altijd trouw blijft en je hele leven bij je blijft, waarom niet?”


Dit artikel verscheen eerder in Kwintessens 2015-3.