Vijftig visies — De creatieve sector kijkt vooruit: wat na corona?

Is de coronacrisis een gamechanger voor de creatieve sector? Flanders DC geeft het woord aan vijftig experts actief in verschillende sectoren, zoals design, mode, games, muziek, audiovisuele industrie en gedrukte media. Hoe kijken zij vooruit? Welke nieuwe businessmodellen, processen, structuren, ideeën en werkwijzen mogen of zullen volgens hen het daglicht zien?

Op deze pagina lees je de visie van Jesse Brouns.

De textielindustrie evolueert voortdurend, vaak met horten en stoten. Zo is het altijd geweest. Door de pandemie, en de bijbehorende lockdowns en andere restricties, lijkt de mode in een stroomversnelling terechtgekomen. Er staat, zo lijkt het, een nieuw tijdperk aan te komen – diverser, pragmatischer, groener, digitaler. Minder megalomaan, ook. Voor de creatieve dwingelanden van weleer is straks echt geen plaats meer. Kijk naar Chanel, dat Karl Lagerfeld niet verving, zoals verwacht, door een ontwerper met naam, maar door zijn trouwe rechterhand, de discrete Virginie Viard.

Jesse Brouns

Jesse Brouns

Dat het de sector menens is, blijkt onder meer uit recente ontwikkelingen bij LVMH. In april kondigde ’s werelds grootste luxegroep aan dat de contracten van Kris Van Assche bij Berluti en Felipe Oliveira Baptista bij Kenzo niet worden verlengd, en dat Van Assche niet eens wordt vervangen. Pucci heeft al even geen artistiek directeur meer. Marc Jacobs, ooit verantwoordelijk voor de strafste shows van New York Fashion Week, maakt in feite alleen nog basics. Fenty, het label van Rihanna, is op non-actief gezet, hemdenmaker Thomas Pink opgedoekt.

In de Verenigde Staten is Calvin Klein al een paar jaar geleden uit het traditionele modesysteem gestapt. Het merk, dat slapend rijker wordt dankzij ondergoed, jeans en parfums, is na de breuk met Raf Simons gestopt met seizoensgebonden collecties en defilés. En in Italië zei Salvatore Ferragamo in maart ‘arrividerci’ tegen ontwerper Paul Andrew. Ook hij wordt voorlopig niet vervangen.

Kering, de belangrijkste concurrent van LVMH, innoveert op een andere manier. De grote merken van de groep, waaronder Gucci, Saint Laurent, Balenciaga en Bottega Veneta, zijn uit de traditionele modeweken gestapt. Ze onthullen voortaan hun collecties waar en wanneer ze zelf willen. Gucci schroeft het aantal collecties fors terug, tot twee sleutelmomenten per jaar, aangevuld met regelmatige kleinere drops.

Wat dat voor de modeweken betekent, valt af te wachten. Bijna alle buyers, influencers en journalisten kijken uit naar een snelle reprise van de fashion weeks. Online ‘onthullingen’ van collecties zijn echt niet te vergelijken met catwalkshows. Voor hotel- en restaurantuitbaters, taxichauffeurs en evenementenbureaus zijn de modeweken financieel belangrijk. Dat geldt ook voor kleinere, vaak onafhankelijke modemerken. Maar de grote huizen zijn minder afhankelijk van modeweken. Met hun gigantische marketingbudgetten doen ze wat ze willen. Het lijkt erop dat ze alvast in Parijs grotendeels present zullen blijven. Maar allicht zal de modeweek er wel anders uitzien: deels fysiek en deels digitaal, met kleinere, exclusievere catwalkshows. Wie durft nog honderden mensen dicht op elkaar in claustrofobische kelders te stoppen? New York en Londen liggen op apegapen, Milaan knokt om te overleven. Parijs, daarentegen, zal zijn rol als dominante modestad allicht nog versterken. Dat is goed voor Belgische modeprofessionals, die sinds jaar en dag vertrouwd zijn met de stad.

“Wie durft nog honderden mensen dicht op elkaar in claustrofobische kelders te stoppen? New York en Londen liggen op apegapen, Milaan knokt om te overleven.”

Jesse Brouns,

modejournalist

Misschien zal er de komende jaren minder worden gereisd. De onkostenbudgetten van winkels en media blijven krimpen. Alleen voor influencers, die door de labels worden betaald, blijft het leven één groot feest.

En allicht blijft de mode ook pogingen doen om groener te worden. Dat is vechten tegen de bierkaai: mode kan niet groen zijn, hoe je het ook draait of keert. Je kunt hoogstens proberen de schade te beperken. Door om te beginnen de cruiseshows in verafgelegen locaties af te schaffen. Je kunt, zoals Yves Saint Laurent of Spencer Phipps een video filmen in IJsland, maar je hoeft er geen honderden gasten naartoe te vliegen.

Er zullen nog veel winkels sneuvelen, en e-commerce zal groeien. De diversifiëring wordt doorgezet. China zal cruciaal blijven. Het land transformeerde zichzelf in één generatie van stijlwoestijn tot ’s werelds belangrijkste modeland. Er zijn ook steeds meer geloofwaardige Chinese merken, dikwijls opgericht door in Europa of de VS opgeleide ontwerpers. Als het erop aan komt, hangt alles af van China.

België bokst in de globale mode al jaren boven zijn gewicht. Je vindt Belgische ontwerpers – en ontwerpers die in België zijn opgeleid – aan het hoofd van talloze internationale merken, maar ook in de coulissen. Er staan Belgen aan het hoofd van Saint Laurent, Courrèges, The Kooples. Glenn Martens haalt Diesel uit het slop, Raf Simons cosigneert Prada. Demna Gvsalia van Balenciaga en Marine Serre hebben in België gestudeerd. In Parijs leiden Rombaut en D’heygere de nieuwe garde van accessoirelabels. Het Brusselse Ester Manas was vorig jaar genomineerd voor de belangrijke LVMH Prize. Meryll Rogge maakte vorig jaar, ondanks corona, een opgemerkte start. Tezelfdertijd zijn zowat alle succesvolle lokale merken in buitenlandse handen overgegaan, van Delvaux tot Dries Van Noten, en is het ook met lokale productie pover gesteld, terwijl België op dat vlak nochtans een lange traditie heeft. En ten slotte zijn er nog de Belgische media. Die hebben hun aandacht voor mode de voorbije jaren sterk teruggeschroefd. Dat is jammer: want is een verhaal dat niet wordt verteld nog wel een verhaal?


Wie is Jesse Brouns?
Jesse Brouns is zelfstandig journalist. Hij begon te schrijven voor De Morgen op zijn zestiende, verhuisde naar Parijs in de jaren negentig, bracht sindsdien ook twee jaar in Milaan door en – in stukken en brokken – een jaar in Tokio. Hij zag de voorbije 25 jaar, ruw gerekend, meer dan 5.000 defilés. Hij verslaat de modesector voor Knack Weekend en schrijft ook regelmatig voor andere bladen, zoals FD Persoonlijk en Sabato.