Vijftig visies — De creatieve sector kijkt vooruit: wat na corona?

Is de coronacrisis een gamechanger voor de creatieve sector? Flanders DC geeft het woord aan vijftig experts actief in verschillende sectoren, zoals design, mode, games, muziek, audiovisuele industrie en gedrukte media. Hoe kijken zij vooruit? Welke nieuwe businessmodellen, processen, structuren, ideeën en werkwijzen mogen of zullen volgens hen het daglicht zien?

Op deze pagina lees je de visie van Jozef Hessel.

“De wereld is een schouwtoneel. Elk speelt zijn rol en krijgt zijn deel.” Het zijn waarschijnlijk de bekendste verzen uit het oeuvre van Joost van den Vondel. Het is een uitdrukking die Plato zelfs nog vroeger gebruikte om duidelijk te maken dat we onderhevig zijn aan hogere krachten. Zoals marionetten die aan touwtjes vastzitten, zo worden wij volgens de Griekse filosoof bespeeld door de goden. Al kregen die goden en vooral onze rol een wel akelige vorm in 2020. Ik heb het gevoel, als mens, als ondernemer, als architect of als persoon stilletjes te ontwaken uit dat schouwtoneel, dat kader waarmee we naar de samenleving kijken. Een samenleving die stevig door elkaar werd geschud en waarin we het laatste jaar het gevoel hadden dat we inderdaad bestuurd werden door het ongekende en elk onze rol toebedeeld kregen. Tegenwoordig heet dat languishing, schreef psycholoog Adam Grant in The New York Times. Het ‘wegkwijnen’ was een van de dominantste emoties in 2021. En dan komt een tekst van de rocklegende Patti Smith uit 1988 telkens weer bovendrijven: ‘People Have the Power’. Ik zie een toekomst met een duurzaam festival waar we allen uit de bol gaan op dat nummer en waar we de kracht van ons eigen kunnen niet mogen onderschatten.

Jozef Hessel

Jozef Hessel

De kracht van ons eigen kunnen is vooral het ondernemen. Het was fantastisch om te zien hoe creatief ondernemers waren. En hoe de creatieve ondernemers nóg creatiever waren. Dat zijn dé momenten waarop we de wereld sturen. We zien dat het gigantisme van ons economische model heel terecht onder druk komt te staan. Duurzame ondernemers zorgen voor duurzame concurrentie en vooral duurzame innovatie.

Binnen de bouwwereld hebben we nog een gigastap te zetten. Of de duurzame innovatie een innovatie van ge-3D-printe woningen zal worden, weet ik niet. Gebouwen uit polymeren, lijmen en gemengde kunststoffen lijken me niet de meest duurzame. Als we daarop inzetten, zullen we toch heel sterk moeten bedenken met welk materiaal we dat gaan doen. We bouwden de meest circulaire woningen honderd jaar geleden. Hout, baksteen met zavelmortel, glas en gebakken klei. De meeste van die woningen staan er nog en geven onze straten en pleinen grote charme. Het zijn plaatsen van ontmoeting geworden waar een duurzame samenleving ontstaat. Met onze kennis van vandaag resulteert dat in de boeiendste uitdagingen. Hoe kunnen we transformeren naar een circulaire en duurzame economie met het behoud van natuurlijke producten? Ik weet ook niet of we moeten inzetten op een klimaatneutrale stad. Want dan vervallen we in een vreemd discours dat we alle woningen in de stad moeten isoleren. Niet de stad maar de wereld moet klimaatneutraal zijn. 

Ik wil een stad en een dorp waar iedereen zich thuis voelt en iedereen welkom is. Geen theoretische dure stad voor yuppies, want daarmee verdringen we de anderen naar iets wat niet bestaat. Naar een soort tussenruimte. We kennen het resultaat: de verkavelde tussenruimte. Dat is geen ruimte. Daar staat ontmoeten niet centraal. Ik wil streven naar robuuste ruimtes waar ontmoeten centraal staat en waar we elkaars creativiteit kunnen versterken. Ik hoop dat de toekomst de toekomst van het ambachtelijke wordt, waar allerlei ondernemers kunnen inzetten op eigen creativiteit, respect voor ‘het kunnen’. Waar we met de kennis uit het verleden een antwoord kunnen bieden op de toekomst.

“Het was fantastisch om te zien hoe creatief ondernemers waren. En hoe de creatieve ondernemers nóg creatiever waren.”

Jozef Hessel,

architect

De verdedigingsmodus is er stilaan uit. Het is tijd voor conclusies. We hebben vooral geleerd dat we moeten inzetten op de mens en de menselijkheid. People, planet en profit worden het allerbelangrijkste, en al zeker in de juiste volgorde. Geef eerst om de mensen om u heen, op die manier zullen we samen zorgdragen voor onze planeet, waardoor de winst wel vanzelf zal worden gegenereerd.

Als sector zullen we sterk moeten inzetten op professionalisering. Op die manier kunnen we een veel grotere slagkracht hebben, waardoor kwaliteit zal bovendrijven. We moeten kritisch zijn voor onze eigen beroepsgroep en durven te zeggen dat we zelf boter op het hoofd hebben. We hebben ons als architecten in slaap laten wiegen door de wetgeving die ons veel te sterk beschermt. We staan niet scherp genoeg meer. We zijn niet kritisch meer. We hebben als volledige beroepsgroep veel te vaak het gevoel dat de overheid maar moet zorgen voor ons. Met minimumbarema’s zullen we onze kwaliteit niet beter aan de man/vrouw kunnen brengen. Dat kunnen we alleen door te investeren in onze meerwaarde, onze mensen en volop de kaart te trekken van het duurzame ondernemerschap. Wij zitten aan de basis van een economische tak die invloed heeft op de volledige leef- en leeromgeving: hoe we wonen, hoe we leven, hoe we ons bewegen en hoe we met elkaar omgaan. Laat ons daarom inzetten op kwaliteit en samenwerken. Op vernieuwen en het collectieve belang. Of hoe de kracht van ondernemen ons zal klaarstomen voor de toekomst.


Wie is Jozef Hessel?
Jozef Hessel is architect en sinds 2015 samen met Kenneth Sleuyter zaakvoerder van A1 Planning architecten, op heden A1AR architects & more. Met een divers team van twintig mensen bouwen ze dagelijks aan creatieve projecten vanuit Oostende en Gent. Jozef Hessel zet zich graag in voor het beroep en speelt een actieve rol binnen de raad van bestuur van het NAV, de grootste architectenberoepsvereniging. Hij schrijft vaak opinies over de rol van gedegen ruimtelijke ordening of het streven naar een echte bedrijfscultuur binnen het architectenkantoor.