“Jonge mensen moeten niet bang zijn om keet te schoppen.” Gevleugelde woorden waarmee Raf Simons Fashion Talks 2019 afsloot en tevens perfect de geest van die dag samenvatte. 

Op donderdag 21 november vond de vierde editie van Fashion Talks, een tweejaarlijkse conferentie die de modesector onder de loep neemt, plaats in de zopas gerenoveerde Antwerpse Handelsbeurs. Geen symbolischer plek om de toekomst van de industrie te bespreken, dan die waar eeuwen geleden de economische bloei van Antwerpen floreerde. Een gebouw dat door de jaren heen meermaals van gezicht veranderde en recent, na de nodige crisissen, helemaal in ere werd hersteld. De parallel met de modewereld, een sector in volle omwenteling, blijft niet uit. Thema’s als identiteit, authenticiteit en duurzaamheid waren dan ook alomtegenwoordig tijdens de centrale on-stage gesprekken en kregen weerklank in de verschillende Talk With The Industry-netwerkmomenten en de break-out talks die de mogelijkheden en uitdagingen van nieuwe retailconcepten, influencer marketing, product design en digital luxury branding verkenden. 

Bekijk de aftermovie van Fashion Talks

On-stage beet professor Jonathan Holslag de spits af met een introductie over de weerslag van de huidige geopolitieke en economische evoluties op zowel de creatieve sector als de maatschappij in het algemeen. De economische stagnering, de gewapende conflicten, de powerswitch naar het Oosten en het drukkende klimaatprobleem blijven niet zonder gevolgen voor ons psychische welzijn, zo blijkt, en de groeiende malaise doet neigen naar protectionisme en een defaitistisch ‘ieder voor zich’-beleid. Niet doen, aldus Holslag, die gelooft in het potentieel van creativiteit om de maatschappij er in haar geheel weer bovenop te helpen. Net zoals de Handelsbeurs dat eeuwen geleden voor Antwerpen deed, is hij ervan overtuigd dat ondernemingen een samenleving sterk maken. Wat de modesector vooral moet doen, is mooie dingen blijven maken, mensen daarin onderwijzen, zichzelf heruitvinden en nooit de drive verliezen om vooruit te blijven gaan. Keet (blijven) schoppen dus, maar hoe? Een serie gastsprekers kwam uitleggen hoe dat moet.

Jonathan Holslag

Jonathan Holslag

Bij Essentiel, dat dit jaar haar twintigste verjaardag viert, betekent dit meer dan ooit een focus op identiteit, al is dat niet altijd zo geweest. Tom De Poortere en Inge Onsea, het creatieve duo achter het label, herinnerden zich hoe de grootste crisis van het bedrijf, zo’n vijf jaar na de opstart, er was gekomen door een tekort aan DNA: “Als je niet begrijpt waar je voor staat en wie je bent, verlies je jezelf heel snel in deze wereld en maak je een slecht product.” Het ijzersterke DNA van Essentiel is sindsdien de leidraad in alles wat ze doen; van de brick & mortar stores (“we blijven geloven in winkels als belangrijke branding tools”) via de designs zelf (“vroeger maakten we een basiscollectie met hier en daar een meer fashion-forward kers op de taart, tegenwoordig maken we enkel nog kersentaart”) tot online storytelling (“mensen willen weten wie er achter een merk zit: wie is dat merk en wie mààkt dat merk?”).

Tom De Poortere, Inge Onsea en Els Keymeulen

Tom De Poortere, Inge Onsea en Els Keymeulen

Eenzelfde geluid tijdens de discussie rond cultural credibility tussen Y/Project designer Glenn Martens,Platform13 oprichtster Leila Fataar, MACHINE-A en SHOWstudio’s Stavros Karelis en Highsnobiety’s editor-at-large Christopher Morency. In een steeds onzeker wordende wereld wil het publiek sterke brands waarmee het zich kan identificeren; labels die over die felbegeerde maatschappelijke geloofwaardigheid beschikken dus. Grote concerns zijn nog maar enkele seizoenen met dat gegeven bezig, waar het juist in het DNA van streetwear brands zit ingebakken. “Gezien onze grote impact op de samenleving, is het meer dan ooit onze verantwoordelijkheid om een gesprek op gang te brengen”, aldus Martens. Het komt erop aan een nieuw businessmodel te ontwikkelen dat klanten helpt om béter te consumeren in plaats steeds meer te kopen en te produceren. Brands worden belangrijker dan producten alleen en moeten een meerwaarde creëren voor de maatschappij. Door ruimte in hun winkels te maken voor nieuwe labels bijvoorbeeld of door collab-partners constant uit te dagen hun grenzen te verleggen (zoals Adidas en Stella McCartney doen), door de handen in elkaar te slaan met ngo’s die inzetten op ontwikkeling of nog door transparant te communiceren over duurzaamheid. “Aan het einde van de dag wil je dat je kleren een gesprek op gang hebben gebracht.” 

Glenn Martens, Leila Fataar, Stavros Karelis en Christopher Morency

Glenn Martens, Leila Fataar, Stavros Karelis en Christopher Morency

Een gesprek dat ook dringend gevoerd moet worden, is dat rond duurzaamheid, al schiet dat ene woord tekort. “’Duurzaamheid’ heeft een verschillende betekenis voor elk van ons, er is niet één stem noch één boodschap, het is geen zwart/wit discussie,” zo stak Close The Loop-oprichtster Jasmien Wynants van wal. Wat wel duidelijk is, is de nefaste impact van de mode-industrie op het klimaat. Wynants verkent samen met lokale bedrijven stap per stap hoe het beter kan, van beslissingen tijdens het designproces tot vernieuwende businessmodellen die de klassieke manier van consumeren heruitvinden. Een woord ook over greenwashing, net als de legitieme angst van evoluerende bedrijven om daarvan beschuldigd te worden. Eerlijke communicatie en transparantie zijn het antwoord in zo’n geval: het gaat niet alleen om wie je bent en wat je maakt, maar ook om het uitkomen voor wat je (al) goed doet en wat beter kan. Daar is die cultural credibility weer.

Jasmien Wynants

Jasmien Wynants

Het laatste woord kwam zoals gezegd aan Raf Simons toe, even berucht om zijn baanbrekende designs als om zijn extreme onafhankelijkheidsgevoel. Designers zijn er eerst en vooral om schoonheid en verlangen te creëren, zo meent hij, en om aan de hand van hun ontwerpen een non-verbale dialoog te voeren. De inhoud van die dialoog laat hem tegenwoordig echter op zijn honger zitten; branding omwille van de branding, inhoudsloze verkooppraatjes en vooral de tirannie van verkoopcijfers leiden tot voorgekauwde eenheidsworst. Designers hebben ruimte nodig om hun creativiteit ten volste te ontwikkelen en hij spoort de jonge generatie aan om buiten de lijntjes te kleuren: “Wees jezelf en wees vooral niet bang het systeem uit te dagen, want mode hoùdt van verandering! Er zijn te weinig nieuwe ideeën en er is een tekort aan creatieve concurrentie. Gevestigde waarden moéten uitgedaagd worden: het dwingt ons om te vechten en juist dat houdt de modesector levendig.” 

Raf Simons en Alexander Fury

Raf Simons en Alexander Fury

Een oproep die weerklank kreeg bij Dirk Van Saene. De ontwerper werd tijdens de Belgian Fashion Awards in de bloemetjes gezet naast onder andere Christian Wijnants (Designer of the Year), Pierre Debusschere (Professional of the Year) en het duo Sofie D’Hoore en Chantal Spaas (Entrepreneur of the Year). Zijn indrukwekkende loopbaan werd gelauwerd met de Jury Prize en voor wie het hem wil nadoen, heeft hij maar één tip: “Toen ik pas begon was ik een naïeve nozem die maar wat deed, en kijk waar het mij gebracht heeft. We missen tegenwoordig zo’n naïevelingen, mensen die mode op hun eigen manier ‘doen’ en de gevestigde orde uitdagen.” Gouden raad die alvast in meer dan goede aarde valt bij het in Antwerpen gebaseerde Namacheko, Emerging Talent of the Year. Het mannenlabel wordt gerund door Dilan en Lezar Lurr, geboren in Irak, opgegroeid in Zweden en tegenwoordig in Antwerpen gevestigd. Ze braken twee jaar geleden door met een op bridal wear geïnspireerde collectie en mixen hun Koerdische en Europese heritage. Naïef zijn ze waarschijnlijk niet, maar ze ‘doen’ mode wel op hun eigen, kleurrijke manier. Daarmee eindigde Fashion Talks met een hoopvolle noot. En met het voornemen heel binnenkort heel veel keet te zullen schoppen.

Bekijk de aftermovie van de Belgian Fashion Awards

Dilan en Lezar Lurr, Namacheko

Dilan en Lezar Lurr, Namacheko

Bekijk hier het volledige fotoverslag van Fashion Talks en de uitreiking van de Belgian Fashion Awards.