Xander Valkiers is marketingmanager bij de Belgische poot van Ubisoft, ontwikkelaar en uitgever van computerspellen. In België wordt de game-industrie dikwijls niet serieus genomen. Doen we het dan zo slecht ten opzichte van de andere landen?

 

“Laten we eerlijk zijn, in deze sector vervult België nog geen grote rol.”

“Als kleiner land is België natuurlijk geen grote afzetmarkt. Zo is een marketingteam in de Belgische gamesector in regel veel kleiner dan een marketingteam voor een groot land zoals pakweg het Verenigd Koninkrijk of Frankrijk. Maar dat heeft ook zijn voordelen. Waar in de grote landen voor elk mediumtype een aparte, gespecialiseerde functie bestaat, moet je in België een echte all-rounder zijn. Je bent niet verantwoordelijk voor enkel de tv-, online-, outdoor- of printcampagnes, je moet ze allemaal beheersen. Je bent dan misschien wel minder gespecialiseerd, maar het maakt je werk wel veel gevarieerder.

Valkiers geeft aan dat elk land zowat zijn eigen top gamebedrijven en populaire gamesoorten heeft. De concurrentie is enorm, maar hij is niet van mening dat verschillende partijen beter zouden samenwerken. “Naar mijn mening moet er nu eenmaal een gezonde dosis concurrentie zijn, dat houdt de kwaliteit hoog. Bepaalde bedrijven en bepaalde gametypes zullen in het ene land beter werken dan het andere. Watch Dogs bijvoorbeeld, speelt zich af in San Francisco – zo’n game is dan ook heel aantrekkelijk voor mensen uit de buurt. Assassin’s Creed speelde zich al af in Parijs en Londen, dus ook de Europese steden zijn een interessante en dankbare locatie. Zelfs binnen België zijn er verschillen – zo zijn manga en anime games veel populairder in Franstalig België dan in het Nederlandstalig deel. Maar er is in elk geval genoeg markt voor iedereen.”

Xander Valkiers © Ans Brys

Assassin's Creed, Ubisoft