Van breakdancen in een achterkamertje van een Antwerps jeugdcentrum tot grote theaterproducties doorheen de Benelux, sketches voor De Slimste Mens Ter Wereld en zijn eigen komische webserie Afro Belg: zo schopte danser Joffrey Anane het tot het podium en het tv-scherm.

Wil je op de hoogte gehouden van nieuwe artikels in dit magazine? Schrijf je in op onze nieuwsbrief!

Wie is Joffrey Anane?

  • is 29 jaar
  • komt uit Antwerpen
  • is professioneel danser en schittert vooral in theaterproducties
  • werd finalist in tal van danswedstrijden, zowel solo als met zijn crew Osei Bantu
  • begon zijn carrière bij Let's Go Urban
  • brengt mensen aan het lachen en racisme aan het licht op TikTok en Instagram met Afro Belg en met zijn vragenfilmpjes in De Slimste Mens Ter Wereld
  • lanceert op 2 oktober de serie Afro Belg in de Arenberg
  • www.instagram.com/joffreyanane

Je bent één van de beste hiphopdansers van België. Waar is het allemaal begonnen?

Net als alle veertienjarigen destijds, keek ik naar JIM TV. Toen ik daar de BC One Breakdance Battle van Red Bull zag, wist ik: dàt is wat ik wil doen. Mijn pleegouders stuurden me naar een dansschool in de buurt, in een witte Antwerpse wijk, maar het was in de stad zelf dat ik eindelijk mensen ontmoette die op mij leken. Ik sloot me aan bij een ‘breakdancecrew’ in een achterkamertje van het jeugdcentrum Kafka waar Let’s Go Urban ook zat. Ik ging altijd stiekem naar hen kijken. Uiteindelijk ben ik met hen gaan meedoen en wat later heb ik mijn eerste audities gedaan.

Hebben die audities deuren geopend?

Ik was amper negentien jaar oud toen ik mijn eerste professionele show deed. Dat was enkele jaren na mijn intrede bij Let’s Go Urban.

Ik ben me ervan bewust dat ik heel vroeg een podium heb gekregen, maar het was knokken.

Werken naast het dansen om niet altijd platzak thuis te komen. Ik zat eerst bij de productiecrew, maar wilde absoluut in het showteam geraken omdat zij les kregen van coaches als Ish Ait Hamou.

Nu is hij mijn mentor, Yves Ruth mijn mentor en manager. Ik weet nog hoe ik de audities voor Shakespeare in Love miste omdat ik moest werken. Ze hebben me toen zelf gebeld: ze wilden mij er absoluut bij. De moeilijke periodes verbleken bij de mooie momenten met geweldige opdrachten, nieuwe vrienden en het gevoel wanneer je de zaal uitloopt, dat je de wereld aankunt. Dat houdt je recht.

Hoe heb je het stilvallen van de cultuursector als danser ervaren?

Door de pandemie vielen mijn opdrachten weg, maar ook de fomo (fear of missing out, red.). Voordien wilde ik altijd overal tegelijk zijn en geen kans onbenut laten, ik combineerde meerdere theatershows, ‘commercials’ en andere jobs. Maar plots had niemand nog iets te doen, er viel niets te missen, waardoor ik eindelijk kon loslaten. Voor het eerst kon ik de tijd nemen om mijn carrière te structureren met een financieel plan, mijn persoonlijke contacten te evalueren, al mijn interesses een plaats te geven. Ik ging mediteren en ging weer voor mezelf dansen, zonder na te denken over het doel. Dat was een heel organische manier van mijn lichaam te bewegen, in tegenstelling tot wat er toen op TikTok bewoog op dansvlak: iedereen kopieerde die ‘challenges’ gewoon, je kon er geen identiteit in kwijt.

Tot je Afro Belg losliet op het platform, sketches die je beide identiteiten omhelzen…

Ik ben zowel door mijn witte pleegouders als door mijn Ghanese biologische ouders opgevoed. Dus toen ik tijdens de lockdown de hilarische video’s van Nicolas Caeyers zag, waren die natuurlijk heel herkenbaar, maar als persoon van kleur komt daar toch nog een andere dimensie bij. Die heb ik in beeld gebracht. Ik had niet verwacht dat het zo zou aanslaan. Ik kreeg ontzettend veel reacties van andere mensen van kleur, dat dit was wat ze altijd gemist hadden. We worden wel een beetje gerepresenteerd in de media en de muziekwereld en dan vooral binnen hiphop, maar komieken of acteurs? Daar zie je weinig kleur.

Waar is het succes van Afro Belg aan te wijten denk je?

Er was het gebrek aan representatie, maar aansluitend kwam ook de hele Black Lives Matter-beweging na de moord op George Floyd op gang wat alles in een stroomversnelling bracht. Plots werd ik voor De Slimste Mens Ter Wereld gevraagd om ook daar sketches te doen. Ik grapte dat Gert Verhulst meer zwarte kabouters moest zoeken. Zulke uitspraken op tv waren ongezien voor de Belgische kijker. Racisme aan de kaak stellen zonder aanvallend te zijn en toch komt de boodschap aan. Activisme is belangrijk, maar met ‘comedy’ bereik je soms meer mensen zonder hun mening van tafel te vegen.

Vind je het niet moeilijk om te lachen om racisme?

Aan mijn sketches gaat veel research vooraf, bijvoorbeeld naar het Vlaams Belang. Daarnaast gingen mensen hun persoonlijke, erge ervaringen met me delen. Al die zaken triggeren natuurlijk niet de fijnste herinneringen, wat het soms zwaar maakt. In Nederland is er ook racisme, maar daar lijken mensen van kleur zich de laatste tien jaar meer aanvaard te voelen. België staat precies wat achter, hier is het speciaal dat een zwart persoon Vlaams spreekt. Daar wringt het succes van Afro Belg wat voor mij. Ik maak grapjes over racisme, maar ondertussen heb je wel George Floyd, Sanda Dia, Zwarte Piet en alle slachtoffers van racistisch geweld.

Nu België heropent, liever het podium terug op als danser of als komiek?

Ik besef dat heel wat mensen ook heel veel gehad hebben aan mijn sketches.

Daarom blijf ik het doen. Uit een coproductie van productiehuis Untold Stories van Yves Ruth en Ish Ait Hamou en productiehuis Rondini van Anthony Nti en Chingiz Karibekov, is een heuse webserie van Afro Belg gevloeid.

Die gaat op 2 oktober in de Arenberg in première. Al blijven dans en choreografie mijn grootste passies. Ik ben naast Afro Belg ook aan mijn dansdromen blijven werken: ik maak deel uit van de theatershow Come On Feet die door Nederland en België tourt, eind september was er het project van de Singel Take It To The Streets, ik ben sinds dit jaar ook vaste danser bij Red Bull en neem deel aan hun Dance Your Style-event op zaterdag 16 oktober in de Koninklijke Vlaamse Schouwburg in Brussel. En vanaf 2022 mag ik mezelf artist in residence bij het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen noemen, iets waar ik ontzettend hard naar uitkijk.

Wat is je belangrijkste advies voor wie het in de podiumkunsten wil maken?

Als achttienjarige zat ik nog volop in de YouTube-generatie, sociale media hadden niet dezelfde impact als vandaag. Nu creëren die platformen de verwachting dat alles snel moet gaan. Alsof wie niet viraal gaat, geen succesvolle carrière kan hebben. Dat is onzin. Je kunt in twee jaar veel leren, maar dat houdt nog geen doorbraak in. Ik ben sociale media met hun tiensecondenfilmpjes als een soort cv gaan beschouwen: wie daar een snelle blik op werpt, krijgt een idee van wat je kunt, maar je moet je passie daarbuiten volledig de vrije loop laten. Ik behandel dans als een studie en het heeft me jaren van bloed, zweet en tranen gekost om vooruit te geraken. ‘Dancebattles’ zijn het belangrijkste. Die hele cultuur was mijn eerste liefde, maar je wordt er vooral gepusht om beter te doen. Daar leer je de fundamenten van de dans. In theater pas ik die ‘skills’ dan toe. Daar valt de prestatiedruk van de dancebattles weg en ligt de focus op samen creëren. Kortom, je moet niet te veel bezig zijn met de verpakking als het product nog niet af is. Verlies je passie, de basis niet uit het oog. Een lasagne die je from scratch maakt is altijd lekkerder dan iets uit een pakje.