In een wereld waarin klantverwachtingen voortdurend veranderen en concurrentie altijd op de loer ligt, is design een onmisbaar instrument voor innovatie. David Pas heeft een carrière in design uitgebouwd bij de innovatiespecialist Verhaert en is er nu coördinator strategic innovation. Bij Verhaert gelooft men dat innovatie essentieel is voor een betere wereld. Hun diensten variëren van innovatieadvies, zoals strategieontwikkeling en businessmodellering, tot strategische ontwerpdiensten gericht op het verbeteren van gebruikerservaringen en het maximaliseren van productwaarde. In dit interview deelt David zijn visie op de rol van designers in het innovatieproces en hoe ze een katalysator vormen voor grotere maatschappelijke veranderingen.

David Pas

Hoe zie jij de rol van design in het innovatieproces?

Bij Verhaert draait alles om innovatie. Design is een van de vele instrumenten om innovatie te stimuleren. Ondertussen zijn we als bedrijf gegroeid en de laatste jaren vooral in de breedte. Er komen steeds meer disciplines kijken bij elk innovatieproject — denk aan het digitale aspect en artificiële intelligentie. Het bedrijf is dus allang niet meer een exclusieve speeltuin voor de productontwikkelaar. Toch ben ik overtuigd van de bijdrage van designers in het hele innovatieproces. Dat heeft mij een beetje ‘gedwongen’ om de troeven van designers te kaderen, zowel intern als extern. Ik wil hun toegevoegde waarde in elk project volledig benutten.

Hoe heb je dat aangepakt?

Bij Verhaert zijn we continu bezig met het ontwikkelen en verbeteren van onze methodologieën. Ik werd recent opnieuw geïnspireerd omdat ik zowel het designlab als het innovatielab zou gaan leiden. Het designlab is een afdeling die focust op design voor de adoptie van een nieuw product in de markt. Met adoptie bedoelen we hoe goed een nieuw product wordt ontvangen en gebruikt door de beoogde doelgroep. Bij dat proces benadrukken we de waarde van het product voor die specifieke doelgroep. Je moet dus de waardeperceptie van het toekomstige product in de markt analyseren. 

Het innovatielab bestaat uit innovatieconsultants die voornamelijk naar het businessmodel kijken, om van een geslaagd product ook een commercieel succes te maken. Door beide invalshoeken te versmelten kwam ik tot het inzicht dat ze samen de zogenaamde ‘valley of death’ helpen te verkorten of op z’n minst te beheersen. De `valley of death` slaat op de risicovolle periode tussen de aanvang van een project en het moment waarop de onderneming een serieuze afzetmarkt weet te ontwikkelen en echt omzet gaat maken.

Valley of death Verhaert

Valley of death

Hoe pas je dat concreet toe in een innovatieproces?

We richten ons op het versnellen of controleren van productadoptie in de markt. Door middel van marktonderzoek doen we specifieke voorspellingen voor bepaalde doelgroepen, zodat ze het product meteen als relevant voor hen ervaren. 

De basis is natuurlijk dat de waardepropositie van het product helder en concreet is. Daarbij hoort ook het bepalen van een ‘go-to-market’-strategie die we, net zoals elke designkeuze, onderbouwen met data. Zo creëren we zekerheid en worden risico`s kleiner. Hoewel dat tijdsintensief is en soms ten koste gaat van de uren die nodig zijn voor het designproces, brengt het  evenwicht tussen creativiteit en feitelijke besluitvorming. Vooral onze internationale klanten waarderen die  benadering. Zij willen immers allemaal dat hun product of dienst snel geadopteerd wordt en bovendien rendabel is. Met andere woorden: ze willen een korte ‘valley of death’.

Tot slot gaan we alles valideren, op basis van diepgaande analyses, interviews en data, waarmee we de verwachte 'return on investment' inschatten. Dat proces van risicobeheersing leidt ertoe dat klanten bereid zijn meer te investeren naarmate het risico afneemt. 

Ja, we krijgen zelfs steeds vaker de vraag om rond toekomstige trends te innoveren. Hoewel we de toekomst uiteraard niet helemaal kunnen voorspellen, richten we ons vooral op het combineren van toekomstige behoeften met opkomende technologieën, en op hun ‘technical readiness level’, dat bepaalt wanneer een technologie klaar is om geïntroduceerd te worden op de markt. De convergentie tussen de twee leidt tot het definiëren van hot topics waarop onze klanten zich kunnen richten. 

Om die hot topics nauwkeurig te identificeren, investeren we ook in trendonderzoek via slimme software en bekijken we wereldwijd welke bedrijven patenten aanvragen binnen specifieke contexten. Dat genereert een heatmap van bestaande innovaties in een specifiek domein of een bepaalde markt, waardoor we de innovation roadmap van onze klanten beter kunnen kaderen. Dat is een manier om te identificeren waarop ze het best kunnen inspelen en wanneer.

Er kruipt dus ook heel wat creativiteit in het creëren van strategische vooruitzichten. Zet Verhaert dat ook in als innovatieve kracht?

Intern hebben we een tweewekelijkse Verhaert Master Class en extern organiseren we regelmatig publieke webinars. Ook onze jaarlijkse Verhaert Innovation Day, is toegankelijk voor iedereen. We werken dan rond thema’s die binnen een aantal jaar een hot topic kunnen zijn. Het programma bestaat uit lezingen opgezet vanuit verschillende disciplines en invalshoeken. 

David Pas

Heb je een ideaal project waaraan je zou willen werken?

Ik geloof dat steden een enorme impact kunnen hebben en dat er nog veel innovatiepotentieel onbenut blijft. 

Hoewel ik vroeger wellicht een paar grote bedrijven zou hebben genoemd, zou ik nu graag met een lokale overheid willen samenwerken. Ik geloof dat steden een enorme impact kunnen hebben en dat er nog veel innovatiepotentieel onbenut blijft. Mijn hart ligt bij mijn geboortestad Antwerpen, waar ik de groeiende beweging en het potentieel zie. Daar zou ik graag aan bijdragen door mijn kennis van design en innovatie toe te passen op een stedelijke schaal. 

Heb je al ervaring opgedaan met dergelijke projecten?

Recent heb ik meegewerkt aan een traject voor het CAW, een organisatie in de sociale sector in Vlaanderen. Behalve hun innovatiemethode hebben we ook een aantal vernieuwende oplossingen bedacht, zonder daadwerkelijk een tastbaar product te creëren. Dat was een verrijkende ervaring, omdat het deels draaide om operationeel rendement, maar ook om maatschappelijke impact. Zorgorganisaties hebben vaak de middelen, maar kunnen nog een duidelijke efficiëntieslag maken. Uiteindelijk ben je dan bezig met het ontwerpen van processen en systemen rond hun diensten, of kortom service design.

Staat bij zulke projecten wetgeving soms in de weg van innovatieve processen?

Het is een mes dat aan twee kanten snijdt. Soms blokkeert wetgeving je, maar soms mag die ook strenger zijn, bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid. Wetgeving kan innovatie aanmoedigen.

Zie je de rol van de designer in de toekomst veranderen?

Zeker, de rol van de designer wordt steeds breder en complexer. Designers moeten generalisten zijn, maar ze moeten ook blijven evolueren en zich openstellen voor nieuwe disciplines. De kern blijft echter het creëren van toegevoegde waarde voor alle belanghebbenden door intrinsieke waarden te kruisen met economische. Dat is de potentiële bijdrage van een designer. Maar ook aan gedragsveranderingen kunnen designers meer bijdragen. De designer zou een ‘gedragsontwerper’ moeten worden om systematische veranderingen teweeg te brengen, zeker voor complexe thema’s als mobiliteit en duurzaamheid.

Hoe kan Flanders DC, samen met de designer van de toekomst, maatschappelijke veranderingen sturen?

Door zijn neutrale positie vormt Flanders DC het ideale platform om designers en maatschappelijke veranderingen samen te brengen, zoals de Britse economist Mariana Mazzucato benadrukt in haar theorie over missiegedreven staten die economische groei bevorderen. Overheden dragen een verantwoordelijkheid om duidelijk te maken welke richtingen prioriteit hebben, en om de industrie daarin te sturen. Hoewel niet alles voortkomt uit directe consumentenbehoeften, kun je nieuwe behoeften creëren door maatschappelijke trends te voorspellen en vorm te geven. Voor bedrijven is het essentieel om in die trends te investeren. Wanneer overheidsorganisaties daarop inspelen, kunnen ze een grotere impact realiseren. Dat maakt van Flanders DC een uitstekende katalysator om partijen samen te brengen en door een gezamenlijke lens naar belangrijke maatschappelijke thema's te kijken.


Flanders DC zet in op `Designing for Change`

Flanders DC werkt als de brug tussen strategisch gebruik van design als innovatieve kracht binnen bedrijven onder de noemer ‘Designing for Change’. We zijn vastbesloten om mensen, organisaties en bedrijven te inspireren en te coördineren om de krachten te bundelen. Zo kunnen we een positieve sociale, economische en duurzame impact teweegbrengen. In onze nieuwe werking focussen we op:

  • Het inspireren en informeren van organisaties en bedrijven over het strategische potentieel van design en de waarde van designers als innovatiepartners.
  • Het smeden van nieuwe samenwerkingsverbanden tussen professionals in design en innovatie.
  • De professionalisering van de designsector, om de intrinsieke waarde van design effectief te benutten.

Meer informatie vind je op deze pagina.