Van idee naar project

voor

De kogel is door de kerk: je wil een eigen zaak uit de grond stampen. De belangrijkste beslissing is daarmee misschien wel genomen, maar je bent er natuurlijk nog lang niet.

Nu is het tijd om lang en diep na te denken. Om de juiste beslissingen te kunnen nemen, moet je namelijk weten waarin je je onderscheidt, welke richting je (op termijn) uit wil, op welk doelpubliek je je richt,… Zoek naar antwoorden en zet voor jezelf alles op een rijtje!



Wat heb jij te bieden?

Je bent eruit: je wil met je eigen idee aan de slag. Dan is het tijd om van dat idee een bedrijf te maken of er een concreet project uit te distilleren. Wat wil je precies doen?

Denk van bij het begin goed na over welke richting je wil uitgaan met jouw onderneming. Wat is je motivatie om met je concept naar buiten te komen? Hoe groots zie je het op lange termijn? Waar zie je jezelf binnen een jaar staan? Wil je vooral met je passie bezig zijn en hier een rendabele zaak rond opbouwen, of is je ultieme doel om je producten overal in het straatbeeld te zien? Streef je naar internationale erkenning? Kan of wil je dit alleen of met je huidige personeelsbestand realiseren, of moet je op zoek naar partners of extra medewerkers?

Hoe zou je je werk beschrijven? Stel je bepaalde waarden voorop (zoals duurzaamheid, authenticiteit, innovativiteit,…)? Heb je een eigen ‘stijl’? In welke mate verschilt jouw werk van dat van anderen in dezelfde sector?

Maak gebruik van de werkbladen die Flanders DC ontwikkelde en bepaal daarmee het DNA van je onderneming.

Daarnaast is het belangrijk om je grenzen af te bakenen. Sommige ondernemers houden ervan om alles van begin tot einde zelf in handen te hebben of op te volgen. Anderen willen zichzelf of hun bedrijf liever specialiseren en zich concentreren op een specifiek aspect. Zij verkopen hun diensten dan aan andere professionals, of ze schakelen zich in in een netwerk van gelijkgestemde ondernemers die samen naar buiten treden.

Kortom: vraag jezelf af wat je verhaal is en in welke mate dit uniek is. En kan je de kern van wat je doet beschrijven in één zin?

Denk hierbij zeker na over waar je je wil positioneren in de markt. Wordt jouw merk exclusief en beperkt in oplage of wil je net zoveel mogelijk mensen toegang geven tot jouw product?

Hou hierbij in het achterhoofd dat een veelbelovend idee voor een designobject, -dienst of -concept...

  • niet ‘ontdekt’ wordt, maar ‘gecreëerd’ door actieve reflectie, en testing en constante verbetering in de designpraktijk.
  • niet te complex is. De gebruiker moet begrijpen hoe hij het design kan benutten en welke intrinsieke waarde het heeft.
  • zo ver als nodig overeenstemt met de heersende waarden of smaakpatronen om niet misbegrepen of verworpen te worden.
  • voldoet aan de noden van de gebruiker, wat die op het moment van consumptie ook zijn: technologisch, esthetisch, functioneel, vormelijk, statusverhogend, decoratief, intellectueel, sociaal, etc.
  • vooral op een positieve manier ‘anders’ is dan wat er al bestaat.

Aangezien de designsector een huis is met vele kamers, bestaat er geen algemeen geldend advies voor het opstellen van businessmodellen binnen deze sector. Elke subsector heeft zijn eigen manier van werken, en daarbinnen heb je nog eens vele varianten. Eenvoudig gezegd moet je voor jezelf uitmaken onder welke parameters je zal werken.

Door de vier volgende parameters te combineren, kom je al dichter bij het soort onderneming dat je wil starten:

 Ontwerpen op eigen initiatiefOntwerpen in opdracht

Eigen
productie

12
Geen eigen
productie
34

 

Een designer die ambachtelijk werkt, zal zich vooral in kwadrant 1 en 2 bevinden. Een freelance grafisch ontwerper bevindt zich meestal in kwadrant 2 of 4. Bedenk goed in welk soort zaak jij wil stappen, en welke consequenties dit heeft voor je werk, je middelen en je capaciteit. Elke groep vindt op zijn eigen manier klanten, en heeft zijn eigen waardeketens. Voor jezelf op voorhand duidelijk aflijnen wat voor soort ontwerper je bent of wilt worden, helpt om je businessplan helder te krijgen, maar het betekent natuurlijk niet dat je later geen activiteiten kan aanpakken die zich op andere plekken in het schema bevinden. 

Wie zijn jouw klanten?

Beantwoord de vraag uit de titel niet meteen met een zelfverzekerd ‘iedereen’. Die houding, die doet denken aan de oude ‘spelplezier van 9 tot 99’-reclame van een bekend speelgoedmerk, werkt maar voor heel weinig bedrijven.

Begin met die ‘iedereen’ te vervangen door ‘iedereen die…’ en lijst alle relevante kenmerken of eigenschappen van je doelpubliek op. Deel je doelgroep niet enkel op in leeftijd, geslacht of woonplaats. Denk ook aan interesses, gedrag en activiteiten; wat verbindt deze mensen?

Het doel van deze oefening is om gefocust te blijven. Maak er een gewoonte van om ze geregeld te herhalen.

Let op: klant en consument is niet (altijd) hetzelfde!

Je kan B2B (Business to Business) of B2C (Business to Consumer) werken, of voor een combinatie van beide kiezen. Als je B2B werkt, zijn de multibrandstores je klanten; als je een pop-up store lanceert of een webshop uitbaat, richt je je rechtstreeks tot de eindconsument. Wie je klanten zijn, bepaalt mee welke formule je het best toepast om hen te bereiken. 

Persona’s opstellen

Het trucje ‘iedereen die…’ kan helpen om een persona te creëren, een fictief personage dat je eindconsument perfect belichaamt. Dit persona wordt dan je toetssteen voor alle beslissingen betreffende product, verkoop en communicatie.

Want of je nu producten of diensten aanbiedt, voor B2B of voor B2C, uiteindelijk verkoop je altijd aan mensen. Daarom is het belangrijk om vanuit hun standpunt naar je bedrijf te kijken. Het opmaken van persona’s dwingt jou om het perspectief van je klant beter te begrijpen.

Voor het beste resultaat creëer je minstens evenveel persona’s als je doelgroepen hebt. Hoewel je zelfs binnen één doelgroep nog verschillende persona’s kan bedenken, haal je uit bijvoorbeeld een drietal persona’s al een heleboel inzichten.

Het maakt niet uit of je je persona beschrijft in woorden, moodboards of tekeningen. Belangrijk is wel dat je er niet alleen persoonlijkheidskenmerken aan toekent, maar ook die eigenschappen die ervoor zorgen dat hij of zij interesse heeft in jouw product of dienst. Waar is die persoon uiteindelijk naar op zoek? Vervolgens vertrek je vanuit die persoon om na te gaan op welke manier hij met jouw concept in contact komt. Hoe leert hij je kennen? Hoe verloopt het eerste contact? Welke mails zou hij het liefst krijgen? Wat gebeurt tijdens het tweede, derde,… contactmoment?

Toch zijn persona’s niet zaligmakend. Vooral niet door de manier waarop ze vaak worden toegepast. Heel dikwijls schetsen ondernemers namelijk een beeld van hun doelgroep zonder goed te weten waarom deze groep nu wel of niet in het product geïnteresseerd is. Persona’s die tot stand komen aan een vergadertafel zijn sowieso uit den boze. Wil je persona’s maken, dan zal je met je klanten moeten gaan praten.

Dat praatje kan enerzijds een kwantitatieve insteek hebben, met vragen als: hoe oud zijn jouw klanten, hoeveel verdienen ze, hoeveel willen ze maximaal of minimaal betalen voor een product of dienst uit jouw assortiment? Maar je kan het anderzijds ook op een kwalitatieve manier aanpakken en je afvragen: wat verwachten ze van een aankoop en welke factoren spelen hierin mee? Wat zijn de alternatieven die ze overwegen?

Weinig zin om je hoofd te breken over persona’s of om je klanten te gaan opzoeken? Het voorbeeld hieronder toont aan dat, hoewel je als ondernemer misschien denkt je doelgroep door en door te kennen, je toch serieus de mist in kan gaan...

Persona's: een voorbeeld

Het bedrijf achter het grootste Nederlandse voetbalmagazine wilde de rendabiliteit van zijn webshop verhogen en gooide klanten die online een abonnement kochten naar de oren met shirts van hun favoriete voetbalploeg, die ze in één klap konden aanschaffen. Klinkt goed? Toch bleven de gewenste resultaten uit.

Wat bleek? De kopers van magazine-abonnementen zijn helemaal niet zo mannelijk als je op het eerste gezicht zou vermoeden. Het bleken vooral vrouwen die een cadeautje voor zoon, vader of echtgenoot kochten en na die aankoop misschien ook nog wel iets voor zichzelf wilden bestellen. Het roer werd dan ook volledig omgegooid. In plaats van voetbalshirts werden make-up, parfum en vrouwenkleding aan het aanbod toegevoegd. Resultaat van deze contra-intuïtieve actie: een florerende webshop die de omzetcijfers van het magazine een mooie boost gaf.

Conclusie: blijf jezelf en cours de route geregeld de wie-vraag stellen. Vergelijk ook steeds je ideale doelpubliek, zoals gedefinieerd in je persona, met je reële klanten. Wie koopt effectief je producten in je web- of pop-upshop of bij de winkels waar je verkoopt? Wie doet een beroep op jouw diensten? Wie volgt je op social media? Soms is je reële klant verrassend anders dan je persona. De vraag is dan of je je communicatie wil bijstellen om je effectieve klant nog meer aan te spreken, of je product of dienst wil veranderen om toch de originele doelgroep te bereiken.

Breng alles samen onder een concept

Elevator pitch: je USP in één zin

Als je weet met welk idee je aan de slag wil, hoe je je USP (Unique Selling Proposition) definieert en wie erin geïnteresseerd zou kunnen zijn, dan kan je pas echt aan de slag met je project. Het is nu tijd om alle elementen samen te brengen onder een merk. Hoe concreter je jouw concept maakt, hoe makkelijker het wordt om hierover in gesprek te gaan met anderen. En dat is dan weer belangrijk om het potentieel in te schatten en de details uit te werken. Je zal dit concept immers in een volledig uitgewerkt businessplan moeten gieten. Daarnaast is een helder concept een belangrijke houvast voor jezelf. Het is jouw ankerpunt in de woelige wateren van het ondernemerschap.

Er zijn verschillende manieren om je concept op papier te zetten. De eenvoudigste is waarschijnlijk de formulering van jouw USP in één zin. Door deze zin aan te vullen, kom je bijvoorbeeld al een heel eind.

 

 

Voor ……………………(doelgroep) die …………………… (een bepaalde verwachting) heeft, biedt …………………… (naam van jouw bedrijf) …………………… (jouw aanbod), en in tegenstelling tot ……………………
(een alternatief) is ons aanbod …………………… (differentiërende factor).

 

 

Zo heb je meteen je elevator pitch!

We maken het even concreet:
Voor liefhebbers van handgemaakte meubels die op zoek zijn naar duurzaamheid en flexibiliteit, biedt ZAAG. van Tina Peirlinck kastjes en andere interieurobjecten met een verwisselbaar front. In tegenstelling tot de meeste meubelmakers, die geen rekening houden met veranderende trends, kan je de meubelen van ZAAG. aanpassen aan je interieur.

Kom buiten, praat over je plannen

Neem tussen al het harde werk door eens even pauze om je idee vanop een afstand te bekijken. Toch niet helemaal tevreden? Geen nood, het eerste idee is vaak niet het beste. Stoppen of heroriënteren is in een ondernemende en artistieke context dan ook absoluut geen schande, maar juist erg normaal.

Nadenken over jouw activiteit en klanten doe je beter niet alleen, en beter niet op één dag. Er zit vaak veel tijd tussen je eerste idee om zelf iets te beginnen en de effectieve start van je zaak. Dat is maar goed ook. Voor je begint, kan je jouw concept het best met zoveel mogelijk anderen bespreken. Hoe meer objectieve input je krijgt, hoe beter. Start bij familie en vrienden, maar durf zeker ook je vertrouwde omgeving te verlaten.

  • Ga naar netwerkevents en ontmoet er collega's uit jouw sector.
  • Spreek af met Flanders DC voor advies op maat.
  • Ga eens praten met potentiële klanten.

Starter of pre-starter? Dan kan je ook bij enkele specifieke organisaties terecht.

  • Heb je als werkzoekende een idee voor een eigen zaak, maar weet je niet precies hoe het nu verder moet? Dan kan je een vrijblijvend gesprek aangaan met een VDAB-consulent of iemand van een activiteitencoöperatie.

  • Als kandidaat-ondernemer kan je ook bij UNIZO terecht voor een individueel begeleidingstraject Go4Business. Dit traject begeleidt je stap voor stap bij het schrijven van je ondernemings- en financieel plan. Met de steun van de Vlaamse overheid betaal je hiervoor 150 euro.

UNIZO-adviseur Annelies Verspeelt geeft in ons webinar enkele veel voorkomende pijnpunten mee waar starters op vast lopen.

Lees in deze pdf alles over 'Start je onderneming' in design.

Download de pdf

Tools en templates

Het warm water opnieuw uitvinden heeft geen zin. En je hebt al genoeg andere dingen aan je hoofd. Laat je helpen door onze gebruiksklare documenten.

Events en workshops

De creatieve sector lééft. Dankzij deze events en workshops hou je de vinger aan de pols.